Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

2004 - Langs Oude Wegen naar het zuiden

 

Deel 3  -  Van Cahors naar Avignon

 

Wij nemen de volgende ochtend dus afscheid van de route 'Fietsen Langs Oude Wegen', en gaan niet in zuidelijke richting verder, maar buigen af naar het oosten, Aveyron in. Als je geruime tijd gefietst hebt aan de hand van een beschreven route, is het weer even wennen om zelf je weg te vinden. Maar we hebben de route ingetekend op de kaart en zijn dan ook weer snel gewend. Wat we nu niet meer weten is welke voorzieningen er in de dorpjes zijn. En jawel hoor, het is gelijk mis, in het eerste dorp waar we stoppen voor koffie is geen kroeg te vinden. Gelukkig is er een mevrouw die ons weet te vertellen dat er in Varaire een bar en een winkel is. Hoewel we niet van plan waren die route te nemen, passen we ons plan ter plekke aan. Weer wat geleerd, niet te lang zoeken, maar vragen! We fietsen daarna soepel (veel eerlijk plat) naar Villefranche-de-Rouergue, waar we al om half drie arriveren. We bekijken een camping (Camping du Rouergue), en besluiten meteen om daar te blijven. We hebben nog volop tijd om Villefranche te bekijken en weer wat vocht aan te vullen.

We nemen vandaag onze derde rustdag op. Dus: de was doen, fietsonderhoud en zelf koken. Tussendoor zijn we nog even de stad in geweest. We hadden vandaag een rustdag gepland, omdat het volgens de Erwin Krol van Aveyron een hete dag zou worden. Maar ook hier komt de verwachting van de weerman niet altijd uit: het was nogal bewolkt en niet warmer dan 25 graden. Extra vervelend is dat er voor morgen, als we weer op pad gaan, temperaturen tot 33 graden worden verwacht, maar misschien klopt dat ook niet.

kerkportaal in

Villefranche en Rouergue

Vandaag (zondag!) om zeven uur opgestaan om weer te proberen de ergste hitte te ontlopen. Maar het is dan nog maar 10 graden, dus we hebben onze twijfels of het wel zo heet zal gaan worden. Over een hele rustige D47 gaan we richting Le Pont Neuf. We fietsen door prachtige natuur, waarbij we wel af en toe moeten klimmen. In Colombies drinken we wat, en gaan we een stukje een ‘rode’D-weg op, die gelukkig op zondagochtend nog redelijk rustig is. In Le Lac gaan we de D81 op, een rustig weggetje, en meteen (binnen een paar meter) is alle verkeerslawaai verdwenen.

Calmont

We komen door Calmont, een mooi oud dorpje met restanten van iets waarvan wij denken dat het ooit een groot kasteel is geweest. Bij Salmiech twijfelen we of we zullen stoppen, maar besluiten toch om nog wat door te fietsen. Dat betekent wel kilometers vals plat, voordat we eindelijk een lange afdaling maken naar het Lac de Panat. We zetten het tentje neer op Camping Les Cantharelles in Villefranche-de-Panat, we zijn dus vandaag van het ene Villefranche naar het andere gefietst. De camping ligt aan een bekend stuwmeer met veel watersportmogelijkheden, maar het is er zeer rustig. Aan de prijs kan je wel merken dat je midden in een toeristengebied zit, want dit is de duurste camping tot nu toe. Er heerst een erg plezierige sfeer op deze camping, vooral door de gemoedelijkheid van het echtpaar dat de camping beheert. Ze gaan voor ons ’s avonds in campingboeken (die wij uiteraard niet bij ons hebben) opzoeken waar we op onze route een camping kunnen vinden. Zij ontdekken dat onze volgende camping in Cornus zou moeten zijn. Ook raden ze ons aan een bezoek te brengen aan het dorpje La Couvertoirade, dat prachtig in de oorspronkelijke stijl moet zijn gerestaureerd, en autovrij is.

Dus gaan we de volgende ochtend vol goede moed op pad. Omdat we al een paar keer hebben gemerkt, dat er op maandag veel winkels gesloten zijn, doen we bij de eerste de beste winkel die in Villefranche is geopend boodschappen. Maar ook nu blijkt weer dat we ons in een meer toeristisch gebied bevinden, want hier zijn alle winkels gewoon open.

We rijden vandaag door het Parc Régional des Grands Causses. Vanaf La Besse hebben we naar Broquiès een heerlijke afdaling van 10 kilometer lang; we zijn afgedaald van 728 naar 266 meter, en komen bij een brug over de Tarn uit. Hierna volgen we geruime de Tarn, en wat later fietsen we langs de Dourdou. Het weer ziet er dreigend uit, maar we kunnen nog net St. Affrique halen, zonder nat te worden. Hier lopen we weer eens een Plat du Jour op. Na de lunch is het weer droog en fietsen we over de D7 langs de rivier de Sorgues. Aangezien we stroomopwaarts rijden, is dit licht vals plat. Dit blijft zo tot vlak voor Cornus, waar we nog een stukje flink moeten klimmen. In Cornus gaan we op zoek naar de beloofde camping. Maar alles wat we kunnen vinden: geen camping. Zou er nog een andere plaats bestaan met dezelfde naam? We besluiten uiteindelijk dan maar om een kamer te nemen in het enige hotel dat er in Cornus is: Hotel du Nord. Cornus stelt weinig voor, gelukkig dat we tussen de middag al een warme lunch hebben gehad, zodat we op de hotelkamer van een koud diner (brood dus) kunnen genieten.

De volgende ochtend gaan we richting La Couvertoirade, maar vlak voordat we La Couvertoirade binnenrijden hebben we nog een vreemde ervaring. Nadat we een snelweg zijn overgestoken, verandert het landschap van het ene moment op het andere. Eerst rijden we nog door het gebruikelijke heuvellandschap van Zuid-Frankrijk, maar nadat we de weg zijn overgestoken lijkt het net of we aan de voet van de Pyreneeën fietsen, maar die zijn hier toch nog wel een heel eind vandaan.

We zijn benieuwd of La Couvertoirade aan de verwachtingen voldoet die door de campingbaas in Villefranche zijn gewekt: de ook door hem genoemde camping hebben we immers nooit kunnen vinden. Maar wat La Couvertoirade betreft heeft hij groot gelijk: het is een juweeltje!

La Couvertoirade doet bijna middeleeuws aan, met prachtige straatjes en huizen. Enkele van deze huizen zijn (uiteraard) ingericht voor toeristische doeleinden, zodat wij daar, als het weer gaat regenen, koffie met heerlijk zelfgemaakt gebak kunnen nuttigen. Als het weer droog is fietsen we door naar Le Caylar, waar we wat boodschappen doen. Helaas begint het daar weer te regenen. Dus toch maar even schuilen. We wachten af tot het droog is, want we hebben dan al wel heel wat regen gehad tijdens deze vakantie, maar we hebben nog steeds niet in de regen gefietst. En als het lot je gunstig gezind is, moet je zelf ook wat meewerken. Als het droog is geworden en we goed en wel weer op pad zijn, gaat zelfs de zon weer schijnen!

 

 

We fietsen daarna tot St. Maurice over een saaie rechte weg tot St. Maurice-Navacelles. Maar wat we daarna voorgeschoteld krijgen, maakt alles dubbel en dwars weer goed. We zitten nu op een hoogvlakte en zien diep beneden ons de Cirque de Navacelles liggen.

 

Fantastisch! Ook de daarop volgende afdaling is grandioos, mooie ruime (haarspeld)bochten, prachtig uitzicht, goed wegdek, en dat kilometerslang. Dat is echt kicken, wat een geweldige natuur. Uiteindelijk komen we in Madières bij de rivier uit, de Vis, die we nog 22 km volgen tot Ganges. En nog steeds is de omgeving fraai, met veel hoge en gelaagde rotsen om ons heen. In Ganges besluiten we nog even door te bijten en 13 km langs de drukke D999 tot St. Hippolyte-du-Fort te rijden. Daar installeren we ons op de zeer eenvoudige en niet erg gezellige camping Le Figaret.

 

We hebben bovendien ’s nachts erg veel last van brulkikkers, die blijkbaar in een vijver of meertje in de buurt van de camping zitten. Ongelooflijk wat een herrie! Als het dan in de tweede helft van de nacht ook nog gaat regenen en we de tent nat in moeten pakken, gaan we met een niet al te best humeur op pad. En dan beginnen met een flinke klim! Maar als we de lange afdaling naar Anduze in hebben gezet, gaat het snel weer beter. Zeker nadat we in Anduze de koffie hebben opgelopen.

 

Toren in Anduze

 

 

Detail op toren in Anduze:

zonnewijzer

 

 

Anduze is overigens wel erg toeristisch. We vervolgen onze weg over de D982, dat zijn makkelijke, maar ook drukke kilometers. Uiteindelijk komen we door het dal van de Gardon (=Gard) te fietsen. Het is hier erg droog, er zijn veel wijngaarden, en de natuur is veel minder mooi dan de afgelopen dagen. Ook de wind is ons niet goed gezind. We komen aan het eind van de middag dan ook wat uitgewoond aan in Collias. We zijn direct doorgereden naar de camping La Barrelet. En dat valt nogal tegen. Het is een driesterren camping, maar erg groot en druk, en er is veel publiek dat hele andere opvattingen heeft over vakantie houden dan wij. Het kost bovendien nogal wat moeite om de tent op te zetten: harde ondergrond, het is heet, en het waait erg hard. En als er dan ook nog een tentstok breekt, is kamperen even helemaal niet leuk meer. Maar het voordeel van zo’n camping is wel dat je voor een pilsje en het warme eten niet meer op stap hoeft: de bar en het restaurant voldoen aan al onze behoeftes. ’s Avonds laat is er een spectaculair onweer, we zien aan één stuk door lichtflitsen tussen twee wolkenlagen in, maar we horen het geluid van de donder niet.

We hadden gepland om hier eventueel een rustdag te nemen, maar dat stellen we nog een dag uit.

 

De volgende ochtend kunnen we via een fietsroute, met één hele steile klim, binnendoor naar de Pont du Gard. Dat is een brug en aquaduct uit de Romeinse tijd, met drie lagen boven elkaar, waarvan de middelste laag echt als waterweg is gebruikt. We zijn daar een jaar of 15 geleden ook geweest, en verbazen ons er over hoe verschrikkelijk toeristisch het is geworden. Vroeger was er een parkeerplaats en liep je met z’n allen naar en op de brug. Nu mag je alleen nog op de onderste laag lopen, en in de nabijheid vindt je nu een bioscoop, een museum, restaurant, bar, en gigantische parkeerplaatsen. Gelukkig kunnen wij met onze fietsen nog wel overal tussendoor en bij komen.

We gaan richting Avignon, maar maken bewust een omweg om nog wat langer van de rust van het platteland te kunnen genieten. Van de Pont du Gard gaan we eerst in noordwestelijke richting over de D3bis en een leuk klein fietspaadje, dat niet op de kaart stond, richting Uzès. Bij St. Maximin buigen we naar het noorden af naar St. Siffret, en gaan van daaruit in westelijke richting over de D4 via Tavel naar Villeneuve-lez-Avignon. We installeren ons op de prima en gezellige Camping Municipal de la Laune. Villeneuve is een gezellige voorstad van Avignon, waar ook veel te zien is, maar niet zo druk als Avignon. Het is nu donderdag en onze trein vertrekt overmorgen laat in de middag vanuit Avignon, dus hebben een hele vrijdag en een deel van de zaterdag om hier van alles te bekijken. Bovendien kennen we Avignon nog een beetje. Toen we in 1996 de Groene Weg naar de Middellandse Zee hebben gefietst, hebben we Avignon uitgebreid bekeken.

 

Villeneuve lez Avignon

Fort St. André

 

 

De voorgevel van een bakker

We besteden de volgende dag vooral aan het bekijken van de twee toeristische items van Villeneuve: La Chartreuse (een oud en groot klooster) en het Fort St. André. Prachtige bouwwerken. Als we op een terras tussen deze twee gebouwen staan zien we opeens in de verte de berg der bergen, ofwel de Mont Ventoux boven alles uittorenen! Dat is voor fietsers zoals wij, die de De Kale Berg al enkele keren hebben beklommen, een hoogtepunt in de vakantie... Overigens is De Kale Berg de titel van een boek over de Mont Ventoux, een leuk boek met grappige verhalen, en zelfs inclusief trainingsschema’s om je voor te bereiden op de beklimming.

Aansluitend gaan we ook nog even in Avignon zelf kijken: druk en duur!

 

 

Avignon

DE brug (Pont St. Bénézet) met

uitzicht op de Mont Ventoux

Palais des Papes

 

De volgende dag is onze laatste dag in Frankrijk. We nemen uitgebreid de tijd om op te breken, gaan op ‘ons’ terras in Villeneuve koffie drinken met een Chausson aux Pommes en een Palmier (lekkere broodjes, voor ons bijna gebak). Vervolgens rijden we richting Avignon, waar we nog een paar uur in het gras langs de Rhône van het mooie weer genieten, lunchen en wat lezen. Uiteindelijk moeten we wel richting Autotrain. Daar leveren we onze fietsen in, en ontdekken we dat het bij deze AutoSlaap Trein wat anders is geregeld dan bij de Autoslaapexpres van de NS; bij de NS werden de fietsen in een afgesloten wagon gehangen en kon je de bagage daarin ook achterlaten. Bij deze trein van Euro Express Treincharter komen de fietsen in een soort rek te staan, dat op een open wagon wordt geplaatst. M.a.w. de fietsen maken de reis in de buitenlucht, en je moet de bagage meenemen in je slaapcabine. Gelukkig hebben wij met z’n tweeën een driepersoons wagon, anders zou het wel erg krap zijn met al die fietstassen. Op dat punt is deze nieuwe trein dus geen vooruitgang. Verder is de verzorging en het reizen prima geregeld. En we komen dan ook redelijk uitgerust en zonder problemen de volgende ochtend om 8 uur (op zondag!) in Den Bosch aan.

Daar begint het laatste stuk van de reis: ca. 60 km naar huis fietsen. En wat ons de hele vakantie niet is overkomen, gebeurt nu: ergens in de Betuwe rijden we gigantisch verkeerd (je denkt de weg te weten, nietwaar, dus je hebt geen kaart nodig), en het ritje is achteraf 83 km lang geworden. Mede als gevolg van dat omrijden komen we ook nog 'ns in een geweldige regenbui terecht. Weten we eindelijk wat dat is.

Maar we zijn weer thuis, gezond en heel tevreden over weer een prachtige fietsvakantie in Frankrijk, het fietsland bij uitstek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar Inleiding 2004 Wageningen - Nevers Cahors - Avignon Home
Nevers - Cahors algemene informatie

 

bijgewerkt: 09-apr-2010