Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

1999 - Rondrit door de Pyreneeën

 

Deel 3: Van Espot terug naar Narbonne

 

Op weg naar de top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De top bereikt

Vandaag, donderdag 1 juli, gaan we beginnen aan de doorsteek naar Frankrijk. Om in Frankrijk te komen, moeten we de col Port de la Bonaigua (2072 m) over. Via een 22 kilometer lange klim vanuit Esterri d’Aneu worden we via een prachtig landschap steeds hoger en hoger gevoerd, tot boven de boomgrens. Onderweg komen we een kudde wilde paarden tegen. Die beesten staan gewoon midden op de weg en hebben lak aan iedereen. De klim is wel zwaar, maar we zijn niet gesloopt als we boven komen.

Niet van plan om aan de kant te gaan

 

Op een weide, omringd door reuzen van bergen met eeuwige sneeuw, een kudde koeien en een prachtig uitzicht, gebruiken we de lunch, en besluiten we tot een stukje voorbij Vielha te fietsen.

De afdaling op zich is heerlijk om te fietsen (prima asfalt), maar de dorpen waar we doorheen flitsen zijn foeilelijk. Helemaal ingesteld op wintersport.

Naarmate we dalen stijgt de temperatuur. In Arties zien we dat het 34 °C is.

We vinden een camping langs de N230 in Pont d’Arros. Het is niet veel bijzonders (in eerste instantie geen warm water, en ook geen bier, want de pomp is kapot), maar voor 1 nacht goed genoeg. Morgen weer verder.

Dan dalen we via de drukke N230 steeds verder af en laten de Hautes Pyrénées definitief achter ons. De bergen zijn nu veel lager, maar het blijft nog mooi.

We blijven de N230 volgen en passeren de plaatsen Es Bordes, Arro, Bossost, Les, Fos, Arlos, St. Béat (vers fruit gekocht bij een stalletje) en Chaum.

Om 11 uur rijden we Frankrijk binnen en laten we Spanje achter ons.

Spanje is ons zeer goed bevallen: vriendelijke mensen, goed eten, keurige campings, goedkoop en last but not least correcte (vracht)autochauffeurs die je met een ruime boog inhalen.

Na Chaum gaan we bij Fransac de D618 op en is het weer klimmen geblazen tot op de Col d’Ares (797 m). Dan merken we hoe heet het is. Het zweet druipt van ons af. Van de vrouw op het postkantoor in Fos, waar we geld hebben gewisseld, hebben we begrepen dat de weersvoorspellingen voor de komende dagen niet best zijn: onweer. We kunnen het ons nauwelijks voorstellen. In verband met de hitte besluiten we vandaag niet meer verder te fietsen en dus niet meer aan de Col de Portet d’Aspet (schijnt op sommige plaatsen 17% te zijn!!) te beginnen. Dat kunnen we beter morgen in de koelere ochtenduren doen. We gaan in Aspet naar de camping municipal.

De volgende dag is het geheel bewolkt en dat vinden we niet erg want er staat een zware klim te wachten: de Col de Portet d’Aspet. In Sengonagnet waar het klimmen zo’ n beetje begint, schijnt de zon al weer. We hebben een klim van 10 kilometer voor de boeg. De eerste 5½ mogen geen naam hebben (zouden we aan het begin van de vakantie niet gezegd hebben), maar de daarop volgende 4½ kilometer zijn lood en lood zwaar. Met soms stukjes van 15% wordt er heel wat van ons gevergd. 

Op deze col is op 18 juli 1995, tijdens de Tour de France, Fabio Casertelli op 24-jarige leeftijd om het leven gekomen. We staan stil bij de plek waar hij uit de bocht is gevlogen is en even verder bij het indrukwekkende monument dat voor hem is opgericht.

Gedenkplaat op de plaats van het ongeluk en het officiële momunent ter nagedachtenis aan Fabio Casartelli

 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk op de top ploffen we bij de auberge neer voor cola en koffie.

In de afdaling komen we weer door typisch Franse dorpjes. Als we door Argein flitsen worden we uitgenodigd voor een aperitief tijdens een bruiloft. We worden overladen met borrelhapjes, drinken een Ricard en maken kennis met het bruidspaar. Na een statiefoto met de bruid stappen we weer op.

Oud kerkje iets na Argein

 

We rijden uiteindelijk rond een uur of half vier St. Girons binnen en gaan op zoek naar camping Pallètes. Die ligt helaas weer eens een eind de hemel in. De camping stelt eigenlijk niets voor, maar voor 1 nacht geloven we het wel. Het sanitairblok is nog niet klaar en we moeten ons douchen in een soort cabine en op tenten zijn ze al helemaal niet ingesteld. Als goede Hollanders weten we een korting te bedingen: i.p.v. 65 betalen we 50 francs.

De warmte speelt ons weer parten (het zou toch slechter worden?!), we hebben géén zin om St. Girons in te gaan en besluiten bij het restaurant van de camping wat te drinken en te eten.

Morgen maken we een korte etappe naar Seix, we willen van daaruit een tocht zonder bagage, en eventueel een wandeling, maken.

Als we de volgende dag opstaan is het geheel bewolkt, dus toch! Wat een verschil met afgelopen dagen. Ondanks dat de D3 een witte weg is, is het druk met verkeer. De weg die we fietsen voert ons door de Gorges de Ribaouto: mooi, maar minder spectaculair dan verwacht. Vlak voor Oust doen we bij een alimentation langs de weg onze inkopen en rijden door naar Seix.

Uitzicht op Oust

 

Seix blijkt een gezellig dorp en onder het genot van een kopje koffie met patisserie besluiten we hier te blijven en morgen van hieruit een wandeling te gaan maken.

De eerste camping die we bekijken is een 4-sterren camping met bijna alleen maar vaste standplaatsen. Gelukkig zien we nog een verwijzing naar een andere 2-sterren camping, die bevalt ons veel beter. We hebben een plek met een picknicktafel binnen handbereik.

De middag gebruiken we om plannen voor morgen te maken en lekker te ontspannen.

Wat is het weer toch alles bepalend voor het welslagen van een dag. Dat blijkt de volgende dag maar weer.

Er was ’s avonds al dreiging en de volgende ochtend vroeg is het inderdaad gaan regenen. Daar gaat ons wandelplan en dáárvoor zijn wij nu net hier naar toe gekomen. Tegen negenen is het toch weer droog en hoewel het nog zwaar bewolkt is, besluiten we op pad te gaan.

Ons plan is: fietsen tot Couflens en van daaruit wandelen naar de Col de Pause (1527 m), eventueel nog verder naar Port d’Aula (2260 m). Daar sta je op de grens van Frankrijk en Spanje en kijk je richting Aigues Tortes, het natuurpark waar we een aantal dagen hebben gewandeld. In Couflens besluiten we nog 2 kilometer verder te fietsen naar Angouls. Daar is een camping à la ferme, dus ’n mooie plek om de fietsen neer te zetten. Tegen twaalven lopen we de GR10 op. Het pad stijgt gestaag en door de regen is het drijfnat. Na een uur lopen besluiten we terug te gaan: de wolken worden steeds dikker, het regent zelfs al een beetje en we hebben totaal geen uitzicht.

De terugweg met de fiets verloopt voorspoedig. We kunnen kilometers lang onze benen stil houden en toch in een flink tempo dalen. Eenmaal terug in Seix breekt de zon weer door! Niet te geloven. We drinken weer koffie bij ‘ons’ café (koffie die we trouwens van de kroegbaas krijgen aangeboden!) en doen boodschappen voor het avondeten. Ja, we koken weer eens bij de tent!

Afgelopen nacht heeft het weer veel geregend. Als we om 8 uur opstaan is het echter droog en kunnen we nog op ons gemak ontbijten en de spullen inpakken. De tent moet wel nat mee, maar dat is niet zo ’n probleem. De eerste 6 kilometer vanaf Seix gaan licht dalend en soepel peddelen we richting de D618. Vanaf hier gaat de weg omhoog. Tot aan Massat is het vals plat (2 à 3%), goed te doen dus.

Massat ziet er ‘versleten’ uit. We drinken hier koffie en lezen in de krant dat Michael Boogerd een flinke smak in de Tour heeft gemaakt en na 3 etappes al een achterstand van 7 minuten heeft.

Na Massat (654 m) begint de klim naar Col de Caougnous (947 m). Langs de kant van de weg staat met bordjes aangegeven hoeveel kilometer je al afgelegd hebt en hoe hoog je zit. Hartstikke leuk en goed voor de moraal. De klim is steeds rond de 5% en dus goed te doen. Ook al omdat het koel is, denken we. Zweten doen we natuurlijk toch wel. Vanaf deze col is het nog 6 kilometer naar de Col de Port (1250 m). Het stijgingspercentage is hetzelfde en ook deze klim verloopt prima. Boven is het alles behalve warm en gaan de regenjacks aan. Op een enkele schijnbeweging na is het afdalen geblazen tot Tarascon sûr Ariège. Hier nemen we pauze voor een bord frites met merquez.

Tarascon is duidelijk een toeristenstadje. Vanuit hier zijn de laatste 15 licht dalende kilometers naar Foix een makkie.

Kort voor Foix rijden we de drukte in en realiseren we ons dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn met de rust.

De burcht boven Foix

 

We staan in Foix op de Camping Municipal du Lac, die ligt pal langs de weg, maar omdat wij helemaal aan het eind van de camping staan, hebben we niet veel last van het verkeer. Dat Foix een toeristendorp is blijkt ook wel uit de campingprijs (70 francs per nacht).

De volgende dag houden we weer eens een rustdag, we gaan lekker toeristisch doen!

Eerst drinken we in Foix een bakkie+ en dan gaan we naar de ondergrondse rivier Labouiche. Hiervoor daal je eerst af en gaat dan per boot (met 13 personen) over de rivier door grotten. Heel apart. Prachtige stalactieten en stalagmieten. Met schijnwerpers erop komen de kleuren en vormen nog beter tot hun recht. Terug op de camping trekken we ons plan voor de komende dagen en luieren en lezen wat. In Foix lopen we het eten op.

De volgende dag fietsen we weer verder richting Carcassonne. Na 2,3 kilometer op een drukke weg nemen we de afslag naar de D1 en vrijwel meteen is het weer rustig. Het is een hele mooie weg die na 25 kilometer in Lavenalet uitkomt. Dat is een redelijk grote plaats, dus tijd voor een bakkie+. In Lavelanet moeten we beslissen of we via Mirepoix naar Limoux fietsen, of via de D620 naar Chalabre en dan verder. Dit betekent wel dat we dan weer naar 614 meter moeten klimmen.

Al gauw blijkt de weg naar Mirepoix zo druk te zijn dat we er liever wat klimwerk voor over hebben dan deze drukke weg te blijven volgen.

Tot aan Chalabre is het relaxed fietsen. Na een cola en een orangina beginnen we aan de klim naar 614 meter, waarschijnlijk het laatste hoge punt van de vakantie. Na een afdaling van 5 kilometer naar 447 meter volgt nog een klimmetje van 2 kilometer naar 494 meter. Daarna gaat het alleen maar naar beneden tot in Limoux. Daar rijden we om 3 uur binnen.

Op het Place de la Republique drinken we wat en eten een Croque Monsieur. We besluiten door te rijden tot Carcassonne, waar we de oude ommuurde Cité willen bekijken. Via alleen maar witte weggetjes (echt schitterend) rijden we naar de zuidkant van Carcassonne. Aan die kant blijkt ook de camping te zijn, zodat we nauwelijks in de drukte komen.

Camping de la Cité is prima. Wel toeristisch (zwembad dus), maar veel beter en rustiger dan we verwachtten. De prijs is wel erg hoog (100 FF per nacht).

Vanaf de camping loopt er een wandelpad naar de oude geheel ommuurde stad: La Cité. Die gaan we natuurlijk de volgende dag bezoeken.

We nemen een guided tour door het kasteel, bezoeken de basiliek en slenteren wat rond.

 

 

 

La Cité

 

bij dag en bij nacht      

Eigenlijk is de Cité het mooist om van buitenaf te zien. Binnen de muren is het één groot toeristencircus. Het is moeilijk om dat weg te denken en dan de schitterende huisjes te zien. Het moet hier prachtig mooi zijn als alle souvenirs- en eettentjes dicht zijn en de stad zijn ware aard kan laten zien. Maar helaas dat zal wel nooit meer gebeuren.

De film Robin Hood met Kevin Kostner is hier trouwens opgenomen.

De volgende dag is het zaterdag 10 juli en we hebben enkele opties wat we met deze dag gaan doen: of alleen maar luieren, of beginnen aan een omweg om in 2 dagen naar Narbonne te fietsen, of vandaag nog een tochtje zonder bagage in de buurt te maken en dan morgen via witte weggetjes naar Narbonne te rijden. We kiezen voor deze laatste optie. Het was om 8:30 uur al bloedheet bij de tent, we zijn dus maar snel op pad gegaan.

In de omgeving van Carcassonne

 

Het fietstochtje werd uiteindelijk toch nog 42 kilometer met serieus klimwerk naar 400 meter. Het was een hele mooie tocht. Eén nadeel: geen kroegen voor koffie. Pas op vlak voor Carcassonne hebben we iets gevonden. We gebruiken de lunch bij de tent en luieren vervolgens wat; aan het eind van de middag nog een duik in het zwembad en een pilsje op het terras.

Zondag 11 juli is onze laatste etappe van 81 km naar Narbonne. Via alleen maar witte weggetjes rijden we door kleine dorpjes naar het eindpunt van deze vakantie. Achteraf gezien hadden we dit niet moeten doen: wel die witte weggetjes en kleine dorpjes, maar niet vlak bij Narbonne op een camping gaan staan. We staan op een vreselijke camping volop in de drukte: langs de RN9 naar Perpignan.

Na dus een slechte nachtrust rijden we weer over die loei drukke RN9 Narbonne in. De rest van de dag gebruiken we om Narbonne te bekijken, te lummelen en drinken en eten voor onderweg te kopen.

De belangrijkste oude gebouwen die Narbonne nog heeft, zijn allemaal rond het plein van het stadhuis te vinden. Met name de kathedraal is zeer de moeite waard.

 

 

 

 

De kathedraal van Narbonne 

in close ups

 

 

 

Om kwart voor 3 ontkomen we er niet meer aan en leveren we onze fietsen bij de trein in. We doden de tijd op een terrasje tegenover het station met (voorlopig) onze laatste Franse pilsjes en vertrekken precies op tijd, om 10 over half 5 uit Narbonne.

Ons Pyreneeën avontuur zit erop!! Een heerlijke vakantie!!!

De treinreis verloopt niet helemaal zoals de bedoeling is. Door onweer in de buurt van Cahors komt een goederentrein die voor ons rijdt door blikseminslag zonder stroom te staan en kan niet verder. Uiteindelijk duwt onze trein hem naar het volgende station. Na enige tijd kunnen we weer verder. Al met al levert dat een vertraging van bijna 2 uur op.

Na een redelijke nacht staan we de volgende ochtend om half 12 weer met onze bepakte fietsen op het perron in Den Bosch.

Nadat we eerst nog een bakkie doen en wat eten, rijden we om 1 uur Den Bosch uit en zijn we om 5 uur weer terug in Wageningen.

Een vakantie overpeinzing:

" Denkend aan Frankrijk zie ik me door een gorge fietsen, langs een snelstromende, bruisende rivier, over een rustige en goed onderhouden slingerende D-weg"

 

Naar Inleiding 1999 Narbonne - Espot Espot - Narbonne Home
Parque Nacional Aigues Tortes algemene informatie

 

bijgewerkt: 08-apr-2010