Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

1998 - Van Wageningen naar Florence

 

Deel 2: Bregenz - Florence

 

Vrijdag 3 juli (Lustenau - Nenzing, 52 km)

We zijn nu bijna 2 weken onderweg en beginnen vandaag aan het tweede deel van de route, van Bregenz naar Florence.

We beginnen met een stuk "over" de Oostenrijks-Zwitserse grens. De omgeving is niet zo spectaculair, maar we fietsen wel heel rustig en ….vlak! In Feldkirch hebben we eerst geschuild voor een bui, vervolgens in het centrum koffie met gebak genomen, daarna door eigen stommiteit verkeerd gereden en toen nog eens de route kwijtgeraakt. We vermoeden dat er iets in de verkeerssituatie veranderd is, want we zijn echt de draad helemaal kwijt geweest. Omdat het inmiddels ook weer behoorlijk is gaan plenzen, besluiten we om in Nenzing te stoppen. We zijn kletsnat en leuk is het allang niet meer. Bij Gasthof Rössle een kamer genomen. Hier worden we allerhartelijkst ontvangen. De hotelier loopt zich het vuur uit de schoenen. Het bestaat dus toch nog, onvervalste gastvrijheid.

Op de kamer hebben we ons brood opgegeten en gedoucht. 's Avonds hebben we hier ook uitstekend gegeten. Echt een aanrader!

Zaterdag 4 juli (Nenzing - Biehlerhöhe, 63 km)

Deze dag verloopt heel anders dan we hebben gepland. Na het ontbijt eerst de bullen ingepakt, waarbij de hotelier ons weer helpt. Hij wil zelfs thee zetten om in de bidons te doen. Hij is bijna teleurgesteld als wij dat weigeren en uitleggen dat we liever water hebben.

Het weer is inmiddels een stuk beter geworden. Het fietsen gaat dan ook vrij soepel en vroeg in de middag zijn we al in Gaschurn bij de geplande camping. Die bevalt ons echter helemaal niet (ja, ja, we zijn kritisch!) en we besluiten om verder te fietsen. Dat betekent echter dat we het hoogste punt van deze vakantie, de Silvrettapas (op ruim 2000 meter), over moeten. Na nog wat preventief fietsonderhoud (nodig na het slechte weer van gisteren) en een broodje voor de calorieën, beginnen we om half 4 aan de klim.

De eerst 7 kilometer van 9% tot de Vermunt Stausee zijn loodzwaar. Er zitten ook heel wat steilere stukken tussen, het laatste stuk tot aan het stuwmeer is zelfs 13%. Na het stuwmeer komt er nog een stuk van 3 kilometer van 5 tot 11%. Slopend!! Na nog een stuk van anderhalve kilometer vals plat, komt er dan nog een stuk van 400 meter met 12%  stijging. Vlak voor dit laatste stuk zien we echter een bord met daarop "Restaurant" en, wat nog belangrijker is "Zimmer". Het mooiste bord dat we vandaag hebben gezien. Zeker als blijkt dat er nog een kamer vrij is. Het is een kamer in een berghut van de Duitse Alpenvereniging (Alpenhütte Madlener Haus) met douches op de gang. We eten er ook heerlijk en uitgebreid.

Ondanks de zwaarte was dit een prachtige etappe. De beklimming is zwaar, maar heel mooi, met prachtige uitzichten en terugblikken op de reeds geklommen weg. Dat geeft toch wel een kik!

Zondag 5 juli (Bielerhöhe - Ried, 71 km)

Ondanks alle vermoeienissen van gisteren hebben we vannacht allebei niet zo goed geslapen. Oververmoeid? Last van de hoogte? Het weer ziet er vanochtend ook niet best uit, laaghangende bewolking en veel wind. Als we buiten komen blijkt het ijzig koud te zijn. Het ontbijt in onze alpenhut is prima verzorgd en erg uitgebreid: thee, muesli en cornflakes, broodjes en bruinbrood, kaas vleeswaren, jam, chocoladepasta, honing.

Uiteindelijk vertrekken we tegen 10 uur voor de laatste klim van 400 meter met 12%. Dat valt, nu we uitgerust zijn, wel mee. Boven op de Bielerhöhe bij de Silvretta Stausee op 2036 meter is het nog kouder. Bovendien blijkt mijn fiets problemen te geven: de derailleur achter functioneert niet goed (ketting loopt van het grootste kransje af) en de plastic beschermkap (om te voorkomen dat de ketting tussen de spaken kan slaan) is kapot. De reparatie van een en ander (derailleur afstellen en plastic kap eraf halen) kost de nodige tijd en betekent nog meer kou lijden. Na een kop hete koffie met wat lekkers in het restaurant boven op de Bielerhöhe genuttigd te hebben, gaan we op pad voor de afdaling, dalen, dalen en nog eens dalen. Voor deze gelegenheid hebben we de helmen maar eens opgedaan.

Het is een prachtige en makkelijke afdaling die je ruimschoots de gelegenheid geeft om je heen te kijken. De maximum snelheid hebben we niet boven de 60 km/uur laten komen. 

 

Driekoningen boven een deur in Galtür

 

Tot in Galtür is het alleen maar afdalen geblazen. Eenmaal daar aangekomen zien we blauw van de kou en we nemen in een Tiroler Stube soep en warme chocolade. Nadat we opgewarmd zijn en weer op de fiets klimmen, blijkt het buiten ook een stuk warmer geworden te zijn. De tocht gaat verder met afdalen via toeristische dorpjes als Ischgl, Landeck en Ried. In dit laatste dorp op 876 meter slaan we op de plaatselijke camping (met wasmachine) ons tentje op.

Het avondeten lopen we in Pizzeria Buena Sera op: Lambrusco, salade, pizza, tiramisu en cappuccino.

Maandag 6 juli (Ried, 0 km)

Vandaag een echte rustdag. Dat betekent na het ontbijt de was doen, beetje rondkijken in en rond het dorp, koffie met wat lekkers, wat fietsonderhoud en veel lezen en luieren (=uitrusten) en voor het eerst deze vakantie zelf koken! Lekker simpel, een overlevingsmaaltijd: broccoli met kaas.

 

 

Dinsdag 7 juli (Ried - Nauders, 38 km)

Vandaag op pad voor de 18e etappe via de Reschenpas naar Prad. Eerst is alleen maar wat bewolking, dan begint het een beetje te regenen, maar even later begint het echt hard te regenen en kort nadat we de Oostenrijks - Zwitserse grens zijn overgestoken moeten we schuilen onder een overhangende rots. Bij Martinsbruck komen we weer in Oostenrijk terug en beginnen we aan een klim van 6% over 6 km. Behalve de laatste 200 meter is dit goed te doen. Eenmaal boven op de top, de Norbertshöhe (1461 m), regent het weer zo hard dat we bij het Gasthof neerstrijken. Het is opnieuw weer voor warme chocolade, en een kop soep.

We hebben nog even de hoop dat het gaat opklaren, maar helaas. Ons rest niets anders dan wachten tot het minder hard gaat regenen zodat we nog het kleine stukje tot Nauders (1365 m) kunnen afdalen om daar een kamer te zoeken. Verder doorfietsen heeft geen zin.

Bij de VVV vinden we een kamer in Haus Arnika. Al met al hebben we vandaag maar 38 km afgelegd. Door het weer mis je ook veel van de omgeving, je ziet de bergen vrijwel niet. Het ziet er allemaal erg troosteloos uit. Het zal hier wel erg mooi zijn als de zon schijnt…. Bovendien wordt het Nederlands voetbal 's avonds in de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal na het nemen van strafschoppen ook nog uitgeschakeld door Brazilië.

Woensdag 8 juli (Nauders - Naturns (I), 80 km)

Als we de volgende dag wakker worden regent het nog steeds. De verleiding om te blijven liggen is groot, maar we besluiten toch op te staan en het er maar op te wagen. Tijdens het ontbijt lijkt het er op dat het wat lichter wordt en warempel tegen de tijd dat we vertrekken schijnt de zon heel flauwtjes.

Vanaf ons overnachtingsadres gaat het gelijk omhoog en dat valt niet mee. Na eerst een stukje drukke weg komen we op een veel rustiger weg (vlak voor Reschen). We moeten wel 8-9% klimmen maar hebben ook regelmatig een mooi uitzicht op de Reschensee met daarachter de hoog oprijzende bergen met verse!! sneeuw. Ook nu valt er af en toe nog wat neerslag die verdacht veel op sneeuw lijkt, wij noemen het in ieder geval zo! We hebben het dan ook behoorlijk koud.

De Reschensee is in 1950 ontstaan door de aanleg van een stuwdam. Voor die tijd waren er twee veel kleinere natuurlijke meren. Een groot deel van het dorp Reschen en het hele dorp Graun is onder water verdwenen. Alleen de Romaanse kerktoren steekt als een stomme aanklacht boven het water uit. Iets hogerop is Graun herbouwd.

Na de Reschenpas dalen we af naar St. Valentin a.d. Haide, waar we koffie met Apfelstrudel nemen. We zijn nu inmiddels in (het Duits sprekende deel van) Italië en zien nu ook het eerste verschil met Oostenrijk: de bevolking drinkt hier wijn i.p.v. bier bij de middagmaaltijd.

Na St. Valentin is het nog even klimmen, maar daarna alleen maar afdalen, soms zeer steil. We komen door allerlei leuke plaatsjes, zoals Mals im Vinschgau, Gherms (heel oud met nog vestingsmuren om het hele dorp), Prad en Göflan, om uiteindelijk in Naturns (554 m) uit te komen.

Vanaf Göflan rijden we steeds tussen de appelboomgaarden. Wat doen ze met zoveel appels? Er komt geen eind aan. Het landschap om ons heen is nog steeds bergachtig, maar langzamerhand gaat het echte Tiroolse (Oostenrijkse) er wat van af. De eerste oleanders doen hun intrede.

Ook vandaag hebben we ons er weer over verbaasd hoe de ‘routeplanner’ het steeds voor elkaar krijgt om drukke hoofdwegen te mijden en stille tussen-door-weggetjes te vinden. Fantastisch!!!

We hebben in Naturns maar weer een kamer genomen.

Donderdag 9 juli (Naturns - Mezzocorona, 86 km)

De route voert ons vandaag weer tussen de boomgaarden en later ook tussen de wijngaarden door. De bergen omringen ons nog steeds, maar we maken er niet echt zelf meer deel van uit. We dalen steeds verder af. En de wegen blijven maar rustig!!

Het wordt moeilijker om koffie+ te krijgen en dat is niet goed voor de moraal. Eerst proberen we het in Lana, daarna in Niederlana, maar helaas. Dan op naar Nals, maar vlak voor Nals komen we Kathi’s Jausenstation tegen. Een idyllisch aangelegde "herberg" midden tussen de boomgaarden. Op een plek waar je het niet verwacht. Er is een prachtig aangelegde tuin, inclusief vijver met kikker.

Kort voorbij Rovere della Luna rijden we Südtirol (Alto Adige op z'n Italiaans) en daarmee ook het Duitstalige gedeelte uit, en de provincie Trento binnen. Vanaf nu is het alleen Italiaans kletsen!

Om half 6 komen we in Mezzocorona aan en hebben we geen zin meer om nog verder te gaan. Er is hier geen camping, dus maar weer een hotel: Hotel Drago.

Ik heb weer wat aan m’n fiets moeten sleutelen, want het schakelen gaat nog steeds niet echt geweldig. Uiteindelijk ben ik zelfs naar een fietsenmaker gegaan (!). Met handen en voeten heb ik het probleem uitgelegd. Het lijkt er op dat hij het probleem nu echt heeft opgelost. En nog wel gratis ook!

De avond hebben we gebruikt om onze strategie voor de komende dagen te bepalen: hoe gaan we etappes rijden, zodat we weer kunnen gaan kamperen.

Vrijdag 10 juli (Mezzocorona - Rivalta Veronese, 89 km)

Na het ontbijt (worst, kaas jam, brood en thee) en wat inkopen, gaan we om kwart voor 10 de volgende dag weer op pad. We hebben vandaag een flink stuk afgelegd, merendeels over een fietspad langs de Adige en dat betekent dus weer autovrij. Vanaf Trento gaan we het Val Lagarina in. Hier hebben we een behoorlijke tegenwind. Het landschap wordt bepaald door kiwiplantages. We hebben nog steeds bergen om ons heen, maar ze worden wel lager.

In Rivalta Veronese vinden we het wel genoeg voor vandaag en nemen we een kamer in de plaatselijke herberg "Albergo Belvedere", dus toch weer niet kamperen.

Op het terras hebben we kunnen genieten van een stukje Italiaans temperament. Vier mannen zaten met elkaar te kaarten en dat ging er af en toe fanatiek aan toe. Prachtig!!!

Zaterdag 11 juli (Rivalta Veronese - Bardolino, 24 km)

Vandaag doen we een korte etappe , zodat we bijtijds een camping in Bardolino kunnen zoeken en de rest van de dag lekker kunnen ontspannen.

Zo gezegd zo gedaan. Op een klim van anderhalve kilometer van 5-8% na was het heel soepel fietsen. We zijn dan ook al om half 12 op de camping. De tent staat nog net niet in het Gardameer, maar het scheelt niet veel. Het is een afschuwelijk, volgepropte camping, maar voor 1 nacht is het wel uit te houden.

De lunch hebben we op een terrasje gebruikt.

Enkele dagen geleden hebben de bougainvilles en oleanders hun intrede gedaan. Hier staan veel palm- en citroenbomen. Echt al Zuid-Europees dus.

Na de middag zijn we met een boot naar Sirmione (op een schiereiland in het Gardameer) gegaan. Super toeristisch, maar wel erg leuk om gedaan te hebben. De boot doet er een uur over. Sirmione heeft smalle, mooie straatjes.

We hebben de Grotte di Gatullo bezocht. Dit zij geen grotten, maar de ruïnes van een Romeinse villa, mogelijkerwijs die van de Romeinse dichter Catallus.

In Bardolino hebben we ’s avonds bij een prima restaurant gegeten. Om 11 uur begint op de camping luid en duidelijk het Il Silenzio door de luidsprekers te schalllen, inclusief een "bonne notte". En warempel daarna is het snel vrij rustig.

Zondag 12 juli (Bardolino - Porto Mantovano, 56 km)

We beginnen de volgende dag met een duik in het Gardameer. Vervolgens uitgebreid ontbijt, nog wat inkopen, een cappuccino en dan kunnen we het vertrek niet meer uitstellen en klimmen we om 11 uur weer op de fiets .

We beginnen meteen met een klim van 3 km van 1-5%, maar daar draaien we inmiddels onze hand niet meer voor om. Na ongeveer 5 kilometer worden we door de routebeschrijving de verkeerde kant uitgestuurd. Na enig heen en weer gerij en gepraat, vinden we de route terug, we moeten rechts in plaats van links. Foutje, bedankt Hans!!

In Valeggio sul Mincio (volgens ons boekje een leuke plaats om te stoppen) hebben we de koffiepauze gepland. De eerste 2 tenten zijn dicht, siësta. Na enig zoeken komen we bij Ristorante Bastia terecht. Hier houden wij onze siësta: wat gegeten, gedronken, geslapen en gelezen. Om half 4 rijden we weer weg. Om half 5 komen we bij een camping bij een boer (Agritourist) aan. We staan voor een groot, gesloten hek. Na ons aanbellen komen er 2 mannen aan die ons duidelijk makken dat de baas er niet is, maar dat we de tent wel op kunnen zetten, ’n douche kunnen nemen en tegen die tijd zal de baas wel terug zijn. Tijdens het opzetten komt de baas er al aan. Hij vind het allemaal prima. Hij waarschuwt ons wel dat er op het terrein een feest is, dat naar hij verwacht tot 22.00 uur zal duren. We zijn benieuwd! Er is ook een zwembad waar we gebruik van kunnen maken.

Nadat il patrone ons in het Italiaans uitgelegd heeft waar we Pizzeria/Ristorante "Il Granaio" kunnen vinden, gaan we op pad.

Na het eten teruggefietst naar de boerderij. Daar hebben we in de feestzaal te midden van een groep verjaardag vierende Italianen naar de finale van het WK voetbal tussen Frankrijk en Brazilië (3-0) gekeken. Veel sneeuw op het scherm, maar een leuke stemming en we delen mee met het ijs en tiramisu di mama: zo lekker hebben we nog nooit eerder gehad.

We zijn vandaag de Po vlakte ingereden, dat betekent dat het landschap is veranderd van heuvels in een meer Nederlandse aanblik. We hebben zelfs knotwilgen gezien, maar er zijn ook veel kiwiboomgaarden. Het is hier dus vlak met veel landbouw. De koeien staan, als gevolg van de hitte, meestal binnen. Er wordt vooral veel maïs verbouwd. Het graan is al geoogst. De emissie (zeg maar stank) is bij tijd en wijle erg hoog. Door de droogte wordt hier veel en met grote irrigatiesystemen gewerkt.

Maandag 13 juli (Porto Mantovano - Secchia, 81 km)

Na een duik in het zwembad, inpakken en ontbijt, gaan we weer verder door de Po vlakte. Na anderhalf uur en 20 km zitten we in Bogoforte al weer aan de cappuccino met dolci. Hierna steken we de Po over, nu een klein stroompje, maar als het in de Apennijnen geregend heeft is dat wel anders. Het is vandaag bloedheet, en na 80 km vinden we het wel genoeg, we hebben geen zin meer om nog 11 km verder te fietsen naar een camping. We strijken neer in een 3 sterren-hotel. We hebben zelfs een kamer met airco. Om 8 uur gaan we eten: tagliatella, rollade met een smeersel van tonijn en een sliertje mayonaise, tomatensalade, ’n fles rode wijn en koffie toe.

Dinsdag 14 juli (Secchia - Sasso Marconi, 72 km)

Na het ontbijtbuffet vertrekken we de volgende dag rond half 10. Na 1½ kilometer kom ik erachter dat mijn bidons nog op de hotelkamer staan. Wat hebben wij toch met bidons? Terug dus! In Tivoli, na zo’n 20 kilometer, drinken we koffie+ bij een stel ouwtjes die een soort winkel van Sinkel runnen. Als we hier wegrijden begint het te regenen. Ondanks het feit dat we zo langzamerhand in de buurt van Bologna komen, rijden we toch nog steeds op vrij rustige "witte" weggetjes. Vlak bij Bologna begint het echt hard te regenen en dat noopt ons tot een stop in Casalecctia di Reno. Hier lunchen we z'n Italiaans, tussen de Italianen: vooraf macaroni, daarna rosbief/schnitzel met gegratineerde tomaten, mineraalwater en koffie toe.

Om 3 uur is het vrijwel droog en gaan we weer op pad.

Na een kilometer of 8 rijden we in een bocht (in de beschrijving staat: weg volgen) een soort "dirt road" op. We glijden en glibberen zo een paar honderd meter voordat we vaststellen dat we verkeerd zitten. Hetzelfde stuk dus door de blubber terug. Er zit zoveel modder aan de fietsen, dat de wielen nog maar net rond willen gaan. Als we weer op de goede weg zijn, komen we na een tijdje langs een boerenerf waar we een waterslang zien liggen. Dit is te mooi om te laten lopen. Hier hebben we de fietsen weer schoongespoten.

We komen om 5 uur in Sasso Marconi aan en hebben ons in hotel 3 Galleti geïnstalleerd. Al met al is ons de Po vlakte erg mee gevallen. Er is genoeg te zien, hoewel het landschap niet echt spectaculair is.

Woensdag 15 juli (Sasso Marconi - San Piero, 73 km)

Vandaag staan de Apennijnen op het programma. De eerst 15 kilometer staan als druk te boek, maar na Vado valt dat wel mee; eigenlijk is alleen de eerst 5 à 6 kilometer behoorlijk druk. Na een koffiestop in Rioveggio beginnen we aan het klimwerk: 1½ km 3-6%, 10½ kilometer 1-6%. In St. Andrea even gestopt voor een cappuccino, daarna nog 3½ kilometer 4-6% en 4½ kilometer 4-6% met soms 8% klimmen. Het klimmen gaat zonder problemen. Al stijgende zie je de vegetatie om je heen veranderen: loofbomen maken plaats voor naaldbomen. De uitzichten tijdens de klim zijn fantastisch. Het heeft toch wat dat klimmen. Uiteindelijk bereiken we de Passo della Futa (903 m). Hier hebben we door de bossen géén uitzicht, maar dat wordt in de afdaling meer dan goed gemaakt. Na zo’n 5 kilometer komen we in Monte di Fò. Het uitzicht dat hier zo mooi zou zijn valt ons wat tegen en we besluiten om een stuk verder te fietsen. Er staan ons nog wel twee klimmetjes van 5-8% te wachten, maar dat deert ons niet meer! Zeker niet als er een afdaling van 5 kilometer van 5 -11% achter aan komt. Rond half 5 zijn we in San Piero. Helaas zit er nog een bultje op weg naar de camping en zelfs op de camping is het nog klimmen geblazen.

De camping is groot met veel Nederlanders! Die hebben we dagen niet gezien. Voor de één na laatste keer hebben we de tent opgezet. Morgen staat de laatste etappe van ongeveer 36 kilometer naar Florence op het programma en dan is de missie volbracht.

De Apennijnen zijn schitterend. Heel groen en her en der dorpjes.

Donderdag 16 juli (San Piero - Firenze, 52 km)

We hebben vandaag alle tijd en zitten om 10 uur nog te ontbijten en raken dan ook nog aan de klets. We vertrekken pas om kwart over 11. Veel te laat, want het is dan al bloed heet. Na 6 kilometer vals plat moet er nog 5,5 kilometer 4-6% geklommen worden. Hierna gaat het heel soepel tot aan Fiésole. Op een fraai plein bij de dom vinden we dé aangewezen plek om een broodje te eten met een colaatje.

Vanuit Fiésole kunnen we heel mooi het einddoel van onze trip zien liggen:

 

 

Rond een uur of 3 komen we op camping (met jeugdherberg) "Villa Camerata" aan. Een eenvoudige, maar op het eerst gezicht rustige camping en dat in zo’n stad als Florence.

Aan het eind van de middag fietsen we naar het station om treinkaartjes voor onze fietsen te kopen. Dat is nog een hele onderneming, zeker in de spits! Wat een gekkenhuis!!

Aansluitend rijden we richting Duomo. Dit is een fantastisch mooi gebouw dat we één dezer dagen zeker ook van binnen gaan bezichtigen. Bij de dom hebben we een campari met jus genomen à de lieve som van ƒ 15,- per stuk. Belachelijk eigenlijk!

Na wat zoeken hebben we in een zijstraatje een pizzeria gevonden waar we buiten kunnen zitten. Terrassen waar je lekker uitgebreid kunt zitten kijken en eten hebben we nog niet gezien, maar wellicht dat die er wel zijn. We hebben nog een paar dagen om dat uit te zoeken.

 

Naar Inleiding 1998 Wageningen - Bregenz bezoek aan Florence en Siena Home
Bregenz - Florence algemene informatie

 

bijgewerkt: 25-sep-2019