Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

1994 - Indonesië: Bali, Lombok en Sumbawa

 

Deel 2: Lombok

Hari Jumat 10 juni

We hebben slecht geslapen vanwege het lawaai van vertrekkende en aankomende boten, gekko's en de pomp van de watervoorziening.

Om 10 uur nemen we samen met Paul en Jacqueline de boot naar Lombok (2 personen + 2 fietsen is totaal 11.200 Rp). Onderweg zien we in de verte springende dolfijnen! Ze zijn net wat te ver weg om ze echt goed te kunnen zien. Na een voorspoedige reis meren we om 14 uur aan en eten bij een warung een klein hapje. Hoewel we niet erg overtuigd zijn van de versheid van het eten (de gebakken eieren liggen al klaar), zijn we er gelukkig niet ziek van geworden.

Als we verder willen gaan blijkt het kabeltje van mijn fietscomputertje gebroken. Na wat gepruts lukt het uiteindelijk om het te repareren. Dit betekent wel dat we pas tegen 4 uur weer op pad gaan. Het fietsen gaat heel soepel en we komen door een schitterende omgeving. We gunnen ons echter niet veel tijd om alles goed in ons op te nemen omdat we voor het donker (6 uur, half 7) in Sengigi willen zijn. Het verkeer is hier veel minder intensief dan op Bali. We zijn hier echt iets bijzonders en worden continue met "hello mister", of "good morning mister" (ongeachte je geslacht, of het tijdstip van de dag) aangesproken en toegejuicht. We voelen ons net helden.

Net na Ampenan begint het te regenen. Eerst heel voorzichtig om vervolgens in alle hevigheid los te barsten. Echt een tropische regenbui!

Als het te bar wordt gaan we schuilen, maar we hebben al gauw door dat het niet even een buitje is, maar dat het wel een hele tijd kan gaan duren. Dus maar weer opgestapt, dan maar nat. Eerst nog de regenkleding aangedaan, maar dat is niks in de tropen, je wordt aan de binnenkant nog natter dan aan de buitenkant. En nat, dat zijn we geworden. Onze kleding konden we uitwringen. Uiteindelijk kiezen we voor een luxe overnachting in Pacific Beach Cottages. Het feit dat we daar als verzopen katten de luxueuze receptie binnenstappen is geen enkel probleem. Ze staan meteen klaar met handdoeken, en onze (uiteraard ook zeiknatte en vieze) fietsen worden op de slaapkamer van één van de personeelsleden gestald. Na een heerlijke warme douche gaan we nog een hapje eten. Voortreffelijk!

 

De ober vertelt ons dat begin juli de Rinjani uit zal gaan barsten en dat het nu dus niet veilig is om de berg te beklimmen. En dat zijn we nou juist van plan! Dit vereist dus aanpassing van de plannen. (Achteraf blijkt dat de Rinjani al op 5 juni is uitgebarsten.)

Hari Sabtu 11 juni

We zijn vandaag precies een week onderweg.

Omdat we vanochtend nogal laat zijn opgestaan en van plan zijn tijdens de volgende etappe door te fietsen tot Senara, bijna 90 km, besluiten we hier nog een dag te blijven. Dat wordt dus vandaag fietsonderhoud. Er blijken twee kapotte spaken in mijn achterwiel te zitten. Uiteraard precies aan de verkeerde kant. Alles moet eraf. Geen probleem denk ik, na de lessen van Frank (van Re-cycle, onze fietsenmaker in Wageningen). Helaas, de cassette (met tandwielen) wil er met geen mogelijkheid van af. Dan maar met de fiets in een bemo (een taxi in de vorm van een klein bestelbusje) naar Ampenan waar een Chinese fietsenmaker woont. Met behulp van iemand van het hotel houden we een bemo aan. Een belevenis op zich! Er zitten al mensen in, maar wij kunnen er met onze fietsen nog wel bij. Voor 4000 Rp komen we in Ampenan. We worden bij de fietsenmaker afgezet. Maar ook hij krijgt de tandwielen niet los en uiteindelijk zet hij de oude spaken er op een provisorische manier weer in. Kosten? Wel 2000 Rp (ca. 2 gulden)!

 

Fietsenmaker in Sengigi

 

 

Aansluitend fietsen we naar het Waterpaleis in Cakranegara. Dat wordt tegenwoordig door de plaatselijke bevolking gebruikt om zich even uit de drukte terug te trekken.

We lunchen bij Kentucky Fried Chicken! Hebben we gewoon zin in! Voor 200 Rp laten we een jongen op onze fietsen passen!

Na de lunch fietsen we nog heerlijk wat verder: Sweta (bemostation en grote plattelandsmarkt) - Narmada - richting Batu Kumbung - Lingsar - Mambalan - Gunungsari - Sandik - Meninting - Batu Layar - Sengigi.

Na Narmada komen we pas echt op de kleinere wegen en door de kleinste gehuchten. Overal worden we vrolijk onthaald. De dorpjes komen allemaal erg armoedig over, maar de mensen zien er op de één of andere manier toch heel verzorgd uit. Het landschap is hier prachtig en we kunnen er nu, omdat het rustig is op deze kleine wegen, ook volop van genieten.

Bij café Wayan drinken we thee (is van dezelfde eigenaars als Wayan in Ubud).

Vandaag nogmaals gehoord dat de Rinjani actief is en dat er géén beklimmingen mogelijk zijn. Dat gaat dus definitief niet door!

Doordat de Rinjani actief is hangt er overal stof in de lucht en daar hebben we behoorlijk veel last van: geen helder weer, geen mooie zonsondergang.

 

Hari Minggu 12 juni

Vrijwel direct na de start krijgen we een zware klim voor de kiezen. Vreselijk gemene puisten zijn het hier. De eerst 20 km zijn moordend zwaar, met regelmatig hellingen van zo'n 18 à 20 % of meer.

De omgeving vergoedt echter veel. Schitterende terugblikken op de kust. Fantastisch gewoon en geen toeristen. Na die 20 kilometers wordt het terrein vlakker en is het weer heerlijk ontspannen fietsen. Soms hebben we zicht op de Rinjani en daar komt nog steeds rook uit.

Rond het middaguur stoppen we in een dorpje en eten bananen als lunch (zes voor dertig cent). Zo'n stop is een belevenis op zich! Het halve dorp komt om ons heen zitten en wil van alles weten. Als ze merken dat we ook nog een paar woordjes Bahasa spreken, hebben we het helemaal gemaakt.

 

Gaandeweg wordt de natuur droger en verandert ook de vegetatie. Op een gegeven moment hebben we niet het idee nog in Indonesië te zijn, het kan net zo goed Corsica o.i.d. zijn. In deze streek worden pinda's, soja en tabak verbouwd. Verder op de route rijden we weer tussen de sawa's. We zien ook nog mensen die rijst uit staan te slaan.

We verbazen ons steeds weer over de afgeladen vrachtauto's en bemo's. Onvoorstelbaar dat alles er op en in blijft zitten.

Na het vlakke stuk wordt het terrein weer glooiender. Na de afslag in Dessa Anyar gaat de weg weer geleidelijk omhoog en raakt bij ons de energie langzaam maar zeker op. We stoppen dan ook bij de eerste de beste losmen (huisje waar je kunt overnachten) die we tegenkomen. Niet echt geweldig: een kleine kamer met twee bedden en een mandi-ruimte.

 

's Avonds lopen we de berg nog wat op en we eten bij Segara Anak Homestay. Reuze gezellig en goed eten ook nog. We besluiten om hier morgen te gaan overnachten.

We zitten nu wel echt in een hele andere wereld: geen elektriciteit en dat is toch wel even wennen voor ons verwende westerlingen.

Hari Senin 13 juni

Om 10 uur beginnen we aan de klim naar ons volgende slaapadres: Segara Anak Homestay. De afstand is maar 800 meter, maar wel bijna loodrecht omhoog. Ongelooflijk zwaar.

De wind staat onze kant op en er hangt een enorme wolk stof uit de Rinjani in de lucht boven ons. Het regent als het ware stof, en alles komt dan ook onder een laag stof te zitten.

 

Rond een uur of twaalf wandelen we naar een waterval. Met een enorme kracht komt het water (afkomstig uit het Anak-meer van de Rinjani) van grote hoogte naar beneden gekletterd. Ik ben er onder gaan staan, maar kan de waterkracht niet lang verdragen.

Op de terugweg zien we ineens vlak langs het pad een boom vol met apen. Dat is toch wel even wat anders dan de apen in Monkey Forest in Ubud. Deze apen zijn bang voor ons en maken dat ze weg komen.

 

Vervolgens lopen we de weg naar Senaru nog wat verder op. We zien we dat de uitbarsting van de Rinjani de mensen hier veel schade berokkent; de berg is gesloten voor trekkings en daar leeft men hier van!

Bij Senaru is een "Traditional Village". Om dit dorp te kunnen bezoeken wordt ons een donatie gevraagd. Met dat geld hoopt men apparatuur aan te kunnen schaffen om dekens te maken en van de opbrengst van de verkoop van die dekens kan men de dokter dan weer wat vaker in het dorp laten komen. Met name kinderen zijn hier niet erg gezond; ze hebben last van kropziekte als gevolg van een jodiumtekort in het voedsel.

 

Stofuitbarsting 

van de vulkaan Gunung Baru

 

 

 

en

 

 

daardoor geen trekking

naar de Gunung Baru

 

 

Hari Selasa 14 juni

Het regent vandaag weer vreselijk veel stof. En als we op pad gaan is het een barre afdaling door al dat stof. Afschuwelijk! Jos heeft zelfs de zonnebril opgezet!

Vanaf Bayan is het weer flink klimmen geblazen met nog steeds dat stof. Het begint nu toch wel te vervelen.

Het wegdek is vandaag erg wisselend: van zeer slecht tot uitstekend.

Volgens de informatie van Clara van "Vlieg en fiets" zou de weg bij Belanting vlak worden, maar na een forse afdaling hebben we tot aan Sambelia alleen maar vals plat omhoog gereden. Daarna gaat het bergafwaarts tot aan Siola Cottages.

 

We hebben vandaag weer apen gezien, maar het lukt nog steeds niet om ze goed op de dia te krijgen. Helaas. Ook zien we nog een leguaan, maar ook die is ons te rap af.

In Sambelia ziet alles er vreselijk armoedig uit. In Labuhan Pandan is dit veel minder. We hebben een leuk huisje kunnen huren, bijna pal aan zee. Na aankomst doen we eerst de was en vervolgens duiken we de zee in. Aansluitend nemen we nog een mandi: heerlijk om dat koude water over je lijf te gooien.

Vandaag zijn we weer vaak groots ontvangen door de dorpelingen. We merken dat het ons af en toe wel tegen begint te staan, dat "Hello mister". Iedereen verwacht wat van je terug.

Het landschap is hier hoofdzakelijk droog en vrij verlaten. Toch wonen er wel overal mensen; echt soms in the middle of nowhere. Het is duidelijk dat het toerisme hier nog niet erg doorgedrongen is; hopelijk blijft dat zo!

 

 

Hari Ribu 15 juni 1994

Vandaag de dag van ons leven gehad.

Na het ontbijt gaan we met 2 gidsen in een prahu (een kano met zijdrijvers, die met touwen is vastgemaakt, en een soort baldakijn er bovenop, zie foto) op weg naar het mangrove-eiland Sulat.

Vanaf de boot hebben we uitzicht op de kustlijn zoals wij die alleen van plaatjes en tv kennen, fantastisch!

 

Wortels in een mangrove bos

 

Na een half uur meren we aan bij Sulat. Via een aangelegd "wandelpad" van horizontaal gelegde houten ladders met planken erover, lopen we door een mangrovebos. Gigantische wortels steken boven het water en de blubber uit. In de blubber zitten kleine krabbetjes die 's avonds te voorschijn komen. Onze stuurman gaat dieper het bos en de blubber in en komt met de avondmaaltijd terug: een soort zeeslakken. Dezelfde avond zijn ze gekookt en worden als "saté" gegeten.

Er zijn drie kokosnoten meegenomen en die worden op de aanlegsteiger opengehakt. Eerst hebben we de kokosmelk gedronken en daarna het vruchtvlees gegeten. 

Aansluitend hebben we gesnorkeld. Ongelooflijk mooi: helblauwe zeesterren, sponzen, vissen, koraal. Noem maar op. Het is net of je in een tropisch aquarium zwemt.

Als we uit het water komen staat de lunch klaar. Witte rijst met een pittig aangemaakt groentemengsel, gebakken ei, miesoep, thee en banaan toe.

Het valt niet te beschrijven hoe apart dit is, dat moet je zelf meegemaakt hebben!

Aansluitend zijn we met de boot verder door het mangrovebos gevaren. Schitterend!. Nadat we weer aan land zijn gegaan lopen we over ladders zonder planken. Dat is niet zo'n succes: alles ligt onder een dikke laag stof en het wandelen op slippers over die ladders gaat ons niet zo geweldig af. Hier zijn we dan ook maar gauw mee gestopt.

Verder gevaren en elders aangelegd om weer te snorkelen.

Op de weg terug nog scholen kleine visjes gezien die boven het water uitspringen en stukken zee die vol liggen met boeien voor de parelvangst. Rond 4 uur zijn we terug bij "ons" huisje; we hebben een prachtige dag achter de rug.

Deze dag kost ons 25.000 Rp (boot en 2 gidsen).

We hebben Ollie (onze privé gids) en de bootsman ieder nog 5.000 Rp fooi gegeven.

Prahu wordt het strand van Labuhan opgetrokken

 

 

Zonsondergang bij Labuhan 

 

 

 

Rond een uur of zes komt Ollie een olielamp brengen. Voor de gezelligheid? Nee, dus! Het district waar we nu zijn, is vanavond aan de beurt om enkele uren geen elektriciteit te hebben. Geen elektriciteit betekent ook geen water. Ach het heeft wel wat, we maken weer wat mee.

In de loop van de avond krijgen we weer een gigantische stofregen over ons heen. Zelfs in de kamer regent het stof.

 

 

Hari Kamis 16 juni

De volgende dag gaan we weer op pad. Het is dan al bloedheet, maar gelukkig staat er een lekker windje.

Onderweg naar de haven van Labuhan Lombok hebben we weer veel bekijks. Langs de weg is wisselende bebouwing: rieten hutjes, maar ook stenen huizen met glazen ramen. Labuhan Lombok is een bedrijvig plaatsje met een markt. Het krioelt er gelijk weer van de mensen. Als we in de haven aankomen, moeten we eerst 300 Rp betalen om het haventerrein op te mogen gaan. De overtocht zelf kost 5.000 Rp (2.000 Rp p.p en 500 Rp per fiets).

 

 

 

Openlucht stal

 

 

 

 

 

Naar Inleiding 1994 Bali terug op Lombok Home
Lombok terug op Bali
Sumbawa algemene informatie

 

bijgewerkt: 02-dec-2019