Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

2002 - Toscane & UmbriŰ

 

Deel 2: UmbriŰ

 

Op vrijdag 28 juni gaan we weer verder, we gaan UmbriŰ in, richting Orvieto. Orvieto is prachtig gelegen boven op een grote tufstenen rots. Dat betekent wel een vrij pittige klim er naar toe, maar dat is de moeite dubbel en dwars waard. 

Hier staat de prachtige Duomo Santa Maria, gebouwd eind 13e eeuw. Deze kerk heeft een hele fraaie gevel met moza´eken, die vooral tegen zonsondergang schitterend schijnt op te lichten, althans volgens Luc Oteman. Wij hebben dat niet gezien, de gevel stond in de steigers, we waren er midden op de dag, en voor de verandering scheen de zon even niet...

 

Maar ook wij zien wel dat het een prachtig en vooral bijzonder gebouw is. Op het plein voor de dom ontdek ik een ongerechtigheid aan mijn fiets: ik mis een remblokje (achter), dat is blijkbaar ergens onderweg uit het remschoentje gevlogen. Gelukkig is het met een terplekke gevonden haarspeld op te lossen. Na de koffie gaan we over een prachtige en rustige weg via Conetta en Prodo, en een flinke klim naar Todi. Hier vinden we bij een Agriturismo een kamer: voor de prijs hoef je het niet te doen (Ç 75, inclusief ontbijt), maar het is een prima kamer bij gezellige mensen.

Todi blijkt weer een mooi dorp te zijn met een prachtig Piazza del Popolo, inclusief vreemd uitgedoste muzikanten. Maar wat een steile straten, we lopen ons het schompes met de fiets aan de hand!

 

De volgende dag rijden we over rustige wegen via Acquasparta naar Spoleto. Een korte etappe van maar 54 kilometer. Onderweg zitten enkele klimmetjes, maar daar draaien we na zoveel Toscaanse en Umbriaanse heuvels onze hand niet meer voor om. We zijn dan ook al rond het middaguur in Spoleto en hebben uitgebreid de tijd om (ook) deze prachtige stad te bekijken. Met name de Ponte delle Torri (foto onder, midden) uit de veertiende eeuw is schitterend: een overspanning van 230 meter lang en 80 meter hoog, waar je ook nu nog overheen kunt wandelen. 

Ook het historisch centrum van Spoleto (centro storico) is prachtig. Hier bevindt zich o.a. de Duomo (foto links), die als het ware aan je voeten ligt, omdat het plein waaraan de dom ligt veel lager is dan de straat vanaf waar je hem ziet. Er zitten prachtige moza´eken in de voorgevel. Het Piazza del Mercato is een mooi plein met de Arco di Druso(foto rechts), de toegangspoort van waar vroeger het Romeinse forum was. Op dit plein bevinden zich bovendien een aantal erg gezellige terrasjes. Ja, Spoleto is ons prima bevallen.

 

De volgende dag, zondag 30 juni, gaan we op weg naar Assisi. Het is een bijzondere dag: voor het eerst in deze vakantie schijnt de zon niet, en onderweg moeten we zelfs schuilen voor een onweersbui, bij een cafÚ dat helaas gesloten is, maar wel een overkapping heeft waaronder we droog blijven en waar een schommelbank staat, waarin je prima siŰsta kunt houden...

Assisi is natuurlijk erg toeristisch maar ook heel bijzonder. Als je aan komt fietsen zie je het hoog voor je liggen. Het eerste dat opvalt is het enorme aantal hijskranen. Er wordt nog steeds gewerkt aan de restauratie van  gebouwen die veel te lijden hebben gehad van de aardbeving in 1997, nu dus 5 jaar geleden. 

De kerken zijn gerestaureerd met behulp van financiŰle ondersteuning door het Vaticaan en waren dan ook vrij snel klaar. Maar voor de huizen van de burgers was en is veel minder geld beschikbaar. Daar moet de gemeente Assisi zelf voor zorgen. Er zijn nu nog mensen die in containers moeten wonen, omdat hun huis nog niet is opgeknapt. En dat bij temperaturen van soms meer dan 40 graden. Dat heeft bij de inwoners best wel veel kwaad bloed gezet. (bron: receptioniste van Hotel Porta Nuova).

Wat absoluut niet gemist mag worden in Assisi is de Basilica di San Francesco, de basiliek die genoemd is naar de heilige Franciscus. Franciscus werd in 1182 geboren en kwam na een onstuimige jeugd tot inkeer. Hij stapte op melaatsen en gaf bedelaars al z'n bezittingen (inclusief z'n kleren). Al kort na zijn dood in 1226 is de bouw van de basiliek begonnen. Deze kerk bestaat uit 2 delen, een onder- en een bovenkerk. In de onderkerk (chiesa inferore) bevindt zich o.a. het indrukwekkende graf van Franciscus. In de bovenkerk (chiesa superiore) zijn de wanden versierd met prachtige fresco's, 28 in totaal.

Een aantal van deze fresco's hebben ook te lijden gehad van de laatste aardbeving.

Maar er staan nog meer mooie kerken in Assisi: Duomo en Santa Chiara, met het graf van de heilige Clara, volgelinge van Franciscus.

Op de Piazza del Comune staat de Tempio di Minerva, een tempel met Corinthische zuilen uit de eerste eeuw vˇˇr Christus!

foto boven, v.l.n.r.: Chiesa inferiore, Tempio di Minerva en Chiesa superiore

foto onder, v.l.n.r.: Santa Chiara, (door aardbeving) beschadigde fresco met Sint Franciscus en avonduitzicht vanuit Assisi

Omdat Assisi zo hoog ligt begint onze volgende etappe met een heerlijke afdaling! Daarna rijden we door een schitterende natuur op hele rustige weggetjes met prachtige uitzichten. Genieten dus. We komen in de loop van de middag op de camping van Gubbio aan. We betalen hier voor ons kleine tentje Ç 21,50 per nacht; het is wel een mooi grasveldje, maar verder niks. Aan het eind van de middag fietsen we naar Gubbio zelf, en dat blijkt weer zo'n mooi middeleeuws plaatsje te zijn. Veel steegjes, een plein en palazzi. We merken wel dat we ondertussen enigszins verzadigd raken en al die mooie pleinen en gebouwen heel gewoon beginnen te vinden... We zijn weer eens toe aan een rustdag om alle indrukken te verwerken.

Dus gaan we volgende dag op weg naar CittÓ di Castello, dat lijkt ons wel een leuke stad met een aardige camping. Met onderweg nog enkele venijnige klimmetjes komen we in de loop van de middag in CittÓ di Castello aan. Het blijkt nog een hele klus te zijn om de weg naar de camping te vinden (die is een behoorlijk eind buiten de stad) en de laatste 3 kilometers gaan met 5% omhoog en dat is aan het eind van de dag knap zwaar. Maar de camping bevalt ons en we besluiten dan ook om hier inderdaad een rustdag te houden.

 

Op de camping van CittÓ di Castello

 

En de volgende dag blijkt dat we beiden daar ook erg aan toe waren. We zijn niet vooruit te branden, en verder dan wat lezen en eten en drinken bij de bar van de camping komen we niet.

Detail van het kasteel van Poppi

 

De dag daarna (donderdag 4 juli is het inmiddels) gaan we dan ook weer redelijk uitgerust op pad, richting Bibbiena. We komen o.a. langs het schitterende Lago di Montedoglio. In Pieve San Stefano nemen we nog eens uitgebreid de tijd om zo'n typisch Umbriaans dorpje te bekijken. Daarna volgt de niet al te moeilijke klim naar de 1056 meter hoge Valico dello Spino, het hoogste punt in deze vakantie. Ons oorspronkelijk plan om in Bibbiena te overnachten gaat niet door: we kunnen geen hotelaccommodatie vinde, alles is vol, en een camping is er niet. Dus doorrijden naar Poppi, helaas moeten we daarvoor op het laatst nog een behoorlijk steile klim naar onze overnachtingsplaats maken: Hotel Castello dei Conti Guidi. Dit prima hotel ligt vlak bij het schitterende, gelijknamige kasteel.

Na een goede nachtrust en dito ontbijt gaan we verder, richting San Piero. Tot Stia gaat de weg vals plat omhoog, daarna begint er een steile klim naar de 955 meter hoge Valico Croce a Mori. Redelijk zwaar, maar we fietsen weer door een schitterende omgeving, dat maakt het klimmem altijd minder erg. In san Piero beslissen we niet hier te stoppen, maar door te fietsen tot de camping in Monte di Fo. Monte di Fo ligt vrij kort voor de Passo della  Futa ((903m), de naar verwachting zwaarste klim in deze vakantie. Dat hebben we dan maar gehad...

En zwaar is de klim geworden, we vielen zo ongeveer de receptie van de camping binnen; we werden gelukkig allerhartelijkst ontvangen (waarschijnlijk zijn er wel meer fietsers zo binnengekomen), we mochten eerst op stoelen en banken liggen/zitten om bij te komen. Op deze camping is vrijwel elke plek bezet door vaste plaatsen, maar voor ons wordt nog wel een hoekje gevonden. Zelfs met een luifel om onder te kunnen zitten, voor het geval het gaat regenen.

Als we de volgende dag de tent uitkruipen blijken we in de wolken te zitten, dus die luifel is zo gek nog niet. We moeten vandaag nog 3 km verder fietsen voor we boven op de pas zijn, en dat is nu we uitgerust zijn, een 'peulenschilletje'. Vier jaar geleden hebben we deze pas in omgekeerde richting bedwongen, maar we kunnen er ons allebei niets meer van herinneren.

Passo della Futa

 

Na de Passo della Futa wordt het klimmen en dalen, met uiteindelijk een klim naar de Passo della Raticosa op 968 meter. Een paar kilometer voor de pas staat aangegeven dat de weg is afgesloten en dat we om moeten rijden: hoe ver, waar naar toe, staat niet aangegeven. Uit ervaring weten we dat het met afsluiten voor fietsers vaak wel meevalt, dit soort mededelingen zijn vooral voor automobilisten bedoeld. Maar als we even later een echte afsluiting met betonblokken en al zien, beginnen we toch wel te twijfelen. Met enige moeite krijgen we onze fietsen voorbij deze afzetting en gaan vol twijfels verder. Waar komen we terecht, is het gevaarlijk? Maar er is niets aan de hand, na een tijdje komen we zelfde afsluiting voor verkeer van de andere kant tegen; ook hier krijgen we onze fietsen weer met enige moeite doorheen en daarna rijden we weer op de 'normale' weg. Wat dit te betekenen had, en hoe aanwonenden bij hun huis moeten komen, vragen wij ons af...

De verdere klim naar de pas levert geen moeilijkheden op, en het volgende kleine klimmetje naar Monghidoro is de laatste van deze vakantie. Hier houden we onze koffiestop en dan is het alleen nog maar afdalen naar Bologna, 40 km lang!

 

In Bologna nemen we de trein naar Verona. Onderweg staan we een hele poos stil, waarschijnlijk als gevolg van regen en onweer, want we zitten amper in de trein of de regen komt met bakken, en dan bedoel ik hele grote bakken, uit de lucht.

Als we in Verona aankomen blijkt dat daar ook zo slecht is geweest, de straten staan blank als gevolg van het noodweer. Voor ons een geldige reden om niet naar de camping te fietsen maar een hotelletje in de stad te zoek. dat wordt uiteindelijk een (schandalig) duur hotel, Novo Hotel Rossi, maar wel vlak bij het station en dicht bij het centrum.

's Avonds gaan we nog naar dat centrum, naar het plein voor de Arena, Piazza Bra, gegaan om wat te eten, te drinken en te kijken.

 

 

 

 

 

foto boven, v.l.n.r.: Piazzo Bra, Arena buitenkant, Arena binnenkant

foto onder, v.l.n.r.:Standbeeld Dante, typische gevel, Ponte di Castel Vecchio

 

 

 

 

 

 

De volgende dag, zondag 7 juli is al weer onze laatste echte vakantiedag, morgen gaan we met de Auto-Slaap Expres naar huis waar we dinsdag aankomen. Deze dag besteden we aan sightseing van Verona, een werkelijk schitterende stad. We bekijken de Arena, van buiten en van binnen, maar slenteren ook door kleine straatjes, lopen over de Ponte di Castel Vecchio, beklimmen een toren, bezoeken het Piazza Dante, drinken koffie, eten een broodje, snoepen een ijsje en gaan nog een keer uitgebreid dineren: kortom echt vakantie!

 

Naar Inleiding 2002 Toscane Home
 

UmbriŰ

 

algemene informatie

 

bijgewerkt: 07-nov-2012