Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

2001 - Noord-Spanje

 

Deel 3: El Camino del Cid

Na de rustdag in Santo Domingo de Silos beginnen we aan El Camino Del Cid: de door Bert Sitters beschreven route van Burgos naar Valencia, die we tot Morella willen volgen. Langs deze route heeft El Cid in de twaalfde eeuw de Moren verdreven.

De volgende etappe voert ons naar El Burgo de Osma en is weer prachtig en erg rustig. We zijn nu in Soria aangekomen, de leegste en armste provincie van Spanje. Dus weinig toeristen, weinig voorzieningen (campings), enorme landbouwpercelen, maar in de weinige en kleine dorpjes is altijd wel een fuente en vaak een hostal of een fonda. Ook is er vaak een kroeg voor de koffie of frisdank, en een bakker voor het brood en het gebak bij de koffie.

In El Burgo zijn 2 mooie kerken en weer zo’n schitterend Plaza Mayor, waar de dorpelingen ‘s avonds samenkomen, wat zitten te kletsen en waar de kinderen veilig kunnen spelen. 

Ook hier zien we weer een paar grote ooievaarsnesten boven op kerktorens.

De camping die hier volgens Bert Sitters zou moeten zijn, is echter al sinds 1997 gesloten.

 

 

Ooievaarsnest in El Burgo de Osma

Nadat we de volgende morgen op de Plaza Mayor hebben ontbeten en in de bakkerij (dus niet in de winkel) brood voor onderweg hebben gekocht, gaan we weer op pad. Na zo’n 20 km komen we bij de ruïnes van Castillo de Gormaz, een bezoek meer dan waard. Zeer indrukwekkend, er staan nog muren ter lengte van 400 m, hoog boven de omgeving uit stekend. En dan te bedenken dat El Cid zulke verdedigingswerken in de twaalfde eeuw heeft kunnen veroveren! We hebben het rijk helemaal voor ons alleen, geen toerist te bekennen.

 

Ons uitzicht op Rello

Aan het eind van weer een hete dag komen we aan in Rello, een piepklein dorp, waar je je nog in de middeleeuwen waant. De enige moderne voorziening lijkt elektriciteit te zijn, en oh ja natuurlijk een kroeg voor onze onmisbare cerveza, die we moeten drinken om uitdroging te voorkomen! We kamperen min of meer wild bij de ermita, met een fraai uitzicht op het dorp. Hier komen we ook een mede-routerijder tegen, die aan de andere kant van het kapelletje zijn tentje heeft neergezet. Op deze rustige plek worden we ‘s nachts wakker van een kudde schapen; blijkbaar liggen we op de route.

De volgende dag voert de route ons o.a. door Medinaceli: oud, nauwe straatjes met hobbelig plaveisel en mooie arcaden, waaronder je veel schaduw vindt. Het is heerlijk om in zo’n dorp het heetste deel van de dag in de schaduw door te brengen. Het eindpunt is Maranchón, een dorp aan een drukkere N-weg. We hebben tot ‘s avonds laat in een soort parkje wat zitten te drinken (het is uiteindelijk zaterdag), terwijl de dorpelingen daar op de TV naar de finale van de Copa del Rey (Spaanse voetbalbeker) tussen Zaragossa en Celta de Vigo zitten te kijken.

Soria: leeg en hele grote graanpercelen

Gelukkig is op zondagochtend de N211 nog erg rustig, maar we zijn toch blij als we een kleinere weg kunnen inrijden. De stilte valt over ons heen en we hebben weer de gelegenheid om uitgebreid om ons heen te kijken en te genieten.

De enorme graanpercelen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor bossen. Het is nu wel veel klimmen naar zo’n 1400 m, en dat is in de nog steeds aanhoudende hittegolf behoorlijk zwaar. Maar de beloning na zo’n klim is altijd een mooi uitzicht. Het wordt ons vandaag extra moeilijk gemaakt, want de tweede beklimming gaat over een gravelweg. Ook hier doen ze aan wegverbetering (= verbreding + "verrechting"), en dat betekent kilometers lang geen asfalt en hopen op zo weinig mogelijk tegenliggers, want dat geeft veel stofoverlast. 

 

 

Het eindpunt is vandaag Checa. Hier is geen officiële camping en het enige hotelletje is gesloten. We gaan daarom op een zone acampada staan: een terrein waar geen auto’s op kunnen komen, en die voorzien is van een (kunstmatige, op de waterleiding aangesloten?) bron, waar continu water uitstroomt. Als we ons de volgende ochtend willen gaan wassen en thee willen zetten, blijkt echter de bron te zijn opgedroogd (iemand ergens een kraan dicht gedraaid?).

Uit de bron op de zone acampada van Checa komt nu nog water

 

Vanwege wegwerkzaamheden nemen we een alternatieve route naar Orihuela del Tremedal: schitterend en zeer auto arm. Daarna een makkelijke klim naar 1650 m en vervolgens kilometers afdalen naar Albarracin op 1180 m. Dat is een prachtig dorp, nog vrijwel helemaal intact met middeleeuwse muren en huizen die zo uit de rotsen zijn opgebouwd. Albarracin is genoemd naar een Berber koning, je ziet er dan ook nog veel indrukwekkende Moorse gebouwen. Bovendien ligt het in een prachtig berggebied, de Sierra de Albarracin. Albarracin is wel toeristisch met souvenirwinkeltjes en restaurantjes e.d., maar het is er gelukkig niet druk. We besluiten om ook hier een rustdag op te nemen. Dat is dan onze tweede na precies 2 weken fietsen.

Uitzicht op het prachtige Albarracin

De camping vinden we niks en ligt ons ook te ver buiten het dorp. We zitten dus weer in een hotel, dat van alle gemakken is voorzien, incl. een bad waarin we de was kunnen doen.

Op de rustdag, met opmerkelijk genoeg weer wat minder weer, evenals op de eerste in Santo Domingo de Silos, geen meter gefietst, veel gelummeld, en toeristje gespeeld door op terrasjes te zitten, de kerk te bekijken, naar het kasteel (met uitzicht op het dorp) te klauteren, ansichtkaarten te schrijven en op de post te doen. Overigens hebben wij in alle kerken die we tot nu toe zijn binnengegaan, kunstkaarsjes, dwz kleine elektrische lampjes, gezien i.p.v. van echte kaarsen. ’n Vreemd gezicht.

Na een rustdag is het altijd moeilijk om weer in het ritme te komen, zeker als je meteen sterk moet klimmen. Gelukkig hebben we na een kilometer of 5 een goede reden om te stoppen: rotstekeningen uit de prehistorie. Helaas zijn in werkelijkheid dit soort zaken altijd minder mooi dan op een T-shirt!. De tocht van vandaag voert ons door Teruel, hoofdstad van de gelijknamige provincie. 

 

Teruel: bloembak als artistiek wegmeubilair

Teruel is met 30.000 inwoners de kleinste provincie hoofdstad van Spanje, maar wel de grootste plaats die wij op de El Cid route tegenkomen. Het heeft duidelijk een streekfunctie en veel voorzieningen en terrassen.  Nadat we hier geluncht hebben, staan er 2 beklimmingen op het programma, resp. naar 1300 en 1600 m. Maar voor beklimmingen draaien we onze hand inmiddels niet meer om, terwijl het dalen nog altijd een feest is.

 

 

 

Rust en ruimte: op naar de volgende klim

We eindigen in Cedrillas, waar we na enig zoeken en met behulp van de plaatselijke bevolking camping Mijares van señor Pedro vinden. Een leuke kleine camping met een bijzonder aardige eigenaar, die er nog altijd trots op is dat zijn kinderen op een foto in het boekje van Bert Sitters staan. Binnen een mum van tijd hebben we de beschikking over oude matrassen om op uit te puffen, en een tafeltje met stoeltjes om op te zitten. Dezelfde señor Pedro loopt op het ene moment nog in een overal met afgeknipte mouwen en pijpen, en is even later het heertje met een wit overhemd en zwarte pantalon. Hij is nl. ook eigenaar van hostal Ramiro met bar en comedor (zeg maar eetcafé): een absolute aanrader, we hebben er heerlijk gegeten.

 

De volgende dag zitten er 3 flinke cols in onze route: de Puerto de Sollavientos op 1516 m, dan de hoogste van deze  vakantie de Puerto de Villaroya op 1700 m en tenslotte de Puerto Cuarto Pelado op 1612 m. De beklimmingen verlopen weer zonder problemen. Hoewel er ook hier weer aan de weg wordt gewerkt, hebben we daar geen last van. We stoppen regelmatig om goed om ons heen te kunnen kijken en foto’s te maken. Tijdens één van de afdalingen zien we 3 (vale?) gieren, die we helaas niet goed op de foto kunnen krijgen.

 

 

Het hoogste punt in deze vakantie

 

Het uitzicht op Cantavieja, het einddoel van vandaag, is adembenemend. Ook als je in Cantavieja bent aangekomen is het er mooi en weer authentiek. Via de VVV huren we een kamer bij particulieren: Turismo Rural. Die kamer is nauwelijks te beschrijven; heel groot, ca. 8 x 10 m, 2 hele grote bedden en allerlei huisraad uit vervlogen tijden: naaimachine, lampetkan, enz.

Ons kamertje in Cantavieja

 

De volgende dag begint met een afdaling, en als je dan nog eens terugkijkt, zie je hoe ook Cantavieja heel strategisch op en tegen een berg is gebouwd.

Morella, de plaats waar wij de El Cid route gaan verlaten, bezoeken we ook. Na een verschrikkelijk steile klim van bijna 300 m hoogteverschil over 2 km (gemiddeld dus 15%), kom je aan in een toeristisch centrum. Een hele leuke stad boven op een berg, prachtige uitzichten. Alleen jammer van al die toeristen!

 

 

Naar Inleiding 2001 Camino de Santiago de Compostela Home
Najera - Santo Domingo de Silos Morella - Narbonne
Camino del Cid algemene informatie

 

bijgewerkt: 09-apr-2010