Home Fietsvakantieverhalen van Valentijn van den Berg Home
 

 

 

1996 - De Groene Weg naar de Middellandse Zee

 

deel 2: Frankrijk

 

zaterdag 17 augustus 1996

Om half 9 ontbijten we in gezelschap van Mme Evrard, de eigenaresse van de chambre d’hôte. Helaas, als we om kwart over 9 willen vertrekken, blijkt de voorband van Jos lek te zijn. Uiteindelijk gaan we om kwart voor 10 op pad. Na 20 km komen we in Courcelles aan, de laatste plek waar we kunnen foerageren voor het eindpunt van vandaag, 54 kilometer verderop! We kopen brood, chaussons aux pommes en wat te drinken. Na enig zoeken vinden we een cafeetje waar we koffie kunnen drinken (met de chaussons aux pommes als gebak). Daarna volgt veel kort klimwerk, op den duur knap vermoeiend. Na een lunchstop in de buurt van Arriances en nog één in Château Bréhair (om de koolhydraten weer aan te vullen met banaan) komen we om 5 uur aan op de Camping Municipal van Château Salins: rustig, schoon en goedkoop. 

Nog steeds een lange weg te gaan

 

Op de camping komen we in gesprek met een Belg, Theo uit Dendermonde. Hij doet een deel van onze route op een ligfiets en in omgekeerde richting. Zowel over de route als over de ligfiets (Flevobike M5, gekocht in Gent voor ca. ƒ 3.000) is hij zeer enthousiast. Theo is al twee weken alleen op pad en heeft duidelijk behoefte aan een praatje. ‘s Avonds gaan wij met hem eten in het tot restaurant verbouwde station van Château Salins. Reuze gezellig. Daarvòòr moest eerst de band van Jos worden geplakt, want die was weer lek.

Onderweg hebben we vandaag gigantisch grote akkerbouw (tarwe) percelen gezien waarvan het graan is geoogst en waar men nu vaak aan het ploegen of eggen is.

We zijn door vele doodse, stille kleine dorpen, zonder voorzieningen, gekomen via prima en rustige wegen.

 

 

Noord-Frankrijk: graan, graan en nog eens graan

 

Het lijkt ons dat je hier niet met slecht weer moet zijn, dan raak je volslagen depri. De dorpen die we tegenkomen zijn werkelijk vreselijk saai, uitgestorven, geen winkel, niets. Wel probeert men hier en daar d.m.v. kleurrijke plantenbakken de boel wat op te vrolijken.

 

zondag 18 augustus 1996

Om 8 uur staan we op, langer slapen kan niet want de bakker staat bij de tent te toeteren. Na nog wat kletsen met Theo gaan we om kwart over 10 op pad. We drinken koffie in Moncel sur Seille. Het is flink klimmen geblazen na Hoéville, met boven een prachtig uitzicht. Daarna fietsen we door naar Lunéville. Er is vandaag oostenwind, die we dus meestal opzij hebben, soms schuin tegen, soms schuin achter. De lunch in Lunéville bestaat uit omelet met cola.

Na de lunch verloopt de tocht zeer voorspoedig. Er is niet veel klimwerk en de wind blaast ons nu meestal in de rug. In Geréviller besluiten we nog wat verder te fietsen. Uiteindelijk rijden we de "hele etappe" naar Charmes. De gevreesde lange steile klim (volgens het routeboekje) valt reuze mee en de laatste kilometers gaan als een speer. We hebben nog een stopplaats, precies onder mirabelbomen. We hebben het er maar goed van genomen! Het is een lange dag geworden, maar het lijkt erop dat we steeds betere benen krijgen.

Het is vandaag bloedheet en we fietsen dan ook voor het eerst in hemdshirts. 

Na het inrichten van de tent en douchen gaan we in de "stad" wat eten. Na enig zoeken vinden we een pizzeria waar we lekker buiten in de tuin kunnen eten. Daarna zitten we nog een tijdje bij de tent te lezen.

 

 

maandag 19 augustus 1996

We zitten vandaag om 10 uur op de fiets, dat is zo onderhand ons normale schema. De route van vandaag, van Charmes naar Dalney bedraagt maar 47 km, maar blijkt achteraf toch erg zwaar, enerzijds door de hitte (27º en geen wind), anderzijds door 3 zeer steile en nog enkele 'normale' hellingen. We drinken koffie (met crêpes) in Bainville aux Saules en we zijn om 2 uur op de camping in Darney, niet veel bijzonders. We gaan lekker in de schaduw liggen lezen, doen een uitgebreide (hand)was, en halen wat boodschappen.

 

Noord-Frankrijk: verlaten winkel

 

In deze streek zijn weer meer weilanden met vleesvee, minder akkerbouw. We zien veel buizerds, valken, sperwers e.d., helaas nooit met buit. Het valt ons op dat het wegdek ook hier weer prima is, zelfs van de kleinste binnenweggetjes.

Rond half 8 gaan we eten in l’Éléphant. We zijn de enige gasten. Wij willen persé buiten zitten. De eigenaresse probeert dit om een of andere reden zo lang mogelijk tegen te houden, maar zonder succes. Op de camping is het ‘s avonds vrij luidruchtig.

 

dinsdag 20 augustus 1996

We houden weer hetzelfde ochtendritme aan en dus zitten we om 10 uur op de fiets. 

De etappe begint lekker rustig en al gauw worden we door een fietser uit Tilburg ingehaald. Hij fietst alleen en is tot  Corre met ons meegereden. Daar gaan we met z'n drieën koffie drinken. De route tot Corre is makkelijk en gaat veel door het bos. Lekker koel en erg mooi. 

Na Corre gaan we weer met z'n tweeën verder. 

De route gaat vandaag veel door de bossen en de omgeving daarbuiten bestaat veelal uit weilanden. Het doet wat Luxemburgs aan, maar dan weidser. Al met al is dit niet zo’n moeilijk stuk. Toch besluiten niet al aan de volgende etappe te beginnen. We hebben tijd zat en vinden het wel ontspannend op deze manier. 

We hebben al een aantal keren een Belgisch stel gezien, zowel onderweg als op de camping, maar het lijkt onmogelijk om met hen in contact te komen.

Om 3 uur zijn we op de camping in Port sur Saône. Dus: tent opzetten, douchen, en op een terrasje wat drinken; uiteindelijk eten we daar ook.

 

woensdag 21 augustus 1996

Vannacht heeft het wat geonweerd en heel veel en lang geregend. Op een gegeven ogenblik is de voortent iets gaan doorlekken. Moeten we dus in het vervolg beter afspannen met 2 scheerlijntjes. Onze bagage is gelukkig niet nat geworden.

Vanochtend moeten we dus een natte tent inpakken en we zitten dan ook pas om kwart over 10 op de fiets richting Emagny. Het is weer niet zo’n zware etappe en ook de klim naar Oiselay valt mee. In Fretigney houden we de koffiestop en in Emagny (einde van deze etappe) besluiten we nog een eindje verder te fietsen. De lunch eten we op een bult in Chevigney op. In Ferrières les Bois krijgen we nog een zware klim voorgeschoteld waar ik behoorlijk moet afzien, maar waar Jos vlot omhoog klimt. Tenslotte stoppen we in Fluans bij een soort berghut, maar dan aan de Doubs, waar we met enige tegenzin van de waard en waardin een kamer kunnen krijgen. De kamer moet namelijk nog worden schoongemaakt en daar hebben ze kennelijk niet veel zin in. Om half 6 gaan waard, waardin en hun zoon aan tafel (het eten ziet er heerlijk uit en we hebben honger!). Na het eten valt de  waard/kok al snurkend in ons bijzijn in slaap. Het restaurant blijkt later op de avond een gerenommeerd visrestaurant te zijn, waar we uitstekend eten. 

 

gerestaureerde wasplaats in Ferrières lès Scey (staat ook in het routeboekje)

 

Even denken we dat het Franse kampioenschap ballonvaren precies over onze hoofden zal gaan, maar door gebrek aan wind blijven de ballonen zo ongeveer op één plek hangen.

Vandaag hebben we onderweg veel mooie kerktorens gezien. De daken zijn met verschillende gekleurde mozaïeken ingelegd. We hebben weer veel door bossen gefietst, de wegen zijn hier helaas wat drukker. En het stikt van de heilige Maria- en Jezusbeelden langs de weg.

donderdag 22 augustus 1996

Het regent vanochtend pijpenstelen als we willen vertrekken. Volgens de mensen hier is er weinig hoop dat het vandaag nog beter wordt. We wachten dus af. Weer een verplichte rustdag? Gelukkig zitten we niet op een camping. Van 9 tot 12 wachten we lezend en slapend  af of de regen op gaat houden en jawel om 12 uur is het ongeveer droog. Na nog  2 grand cafés en zitten we om half 1 op de fiets. Na 3 minuten hebben we onze eerste stop om de zweethemden aan te doen (het is erg kil en vochtig). Daarna na een kwartier weer een stop, nu om de regenjacks aan te doen. Die doen we daarna nog 2 keer uit en 1 keer aan.  Kortom, dit is een regendag met af en toe droog en zelfs even de zon. We lunchen in Arc et Senans (sandwich jambon cru met chocolade en thee). Daarna fietsen we door naar Poligny, waar we uitgebreid fruit inslaan (perzik, nectarine, druiven, mirabellen, abrikozen, banaan). 

 

Uitzicht op  de Jura

 

Bij de VVV organiseren we een overnachtingadres. Als we er heen gaan blijkt er niemand aanwezig te zijn en het staat ons ook niet aan. Wij zoeken dus zelf wat anders en vinden (m.b.v. de lijst die we van de VVV medewerkster hebben gekregen): Hotel de Paris. Personeel en gasten zijn oubollig, maar de kamer is prima. Duitse fietsers uit München, die we onderweg al een paar keer gezien en gesproken hebben, logeren hier ook. Onze fietsen staan in de garage. 

We gaan in de stad wat drinken en we eten bij Restaurant "La Sergenterie", in de kelder. Poligny is een redelijk grote stad met vrij veel voorzieningen en een leuk plein (met cafés e.d.) in het centrum. Eén nadeel: na de start morgenochtend begint na 100 meter een steile klim van 4 km!!!!

 

vrijdag 23 augustus 1996

Die klim van Poligny naar Plasne is inderdaad steil (gemiddeld 7%) maar toch wel goed te doen. Plasne is het  hoog(s)te punt van deze vakantie: 650 meter boven de zeespiegel. Na Plasne komen we langs de Cirque de Ladoye, een prachtig stukje natuur. In Mirebel drinken we koffie en eten een sandwich saucisse. Op een bankje bij het torentje in Poitte (rechter foto) lunchen we: chaussons aux pommes/pain au chocolat, croissant + brood en veel fruit. Daarna fietsen we weer op ons gemak verder. Het weer is voortreffelijk.

De camping in Condes bevalt ons niet en daarom rijden we verder naar Thoirette. In een stokoude auberge bij de brug (linker foto) nemen we onze intrek. 

Het landschap is de hele dag werkelijk schitterend geweest. Naar Onoz toe is het flink klimmen, maar we krijgen er dan ook een fantastische natuur voor terug! Het geeft toch wel een kick om zo met die heuvels om je heen te fietsen. Het houdt natuurlijk wel in dat er geklommen moet worden, maar dat hebben we er graag voor over. 

De barrage bij Lac de Vouglans is ook imponerend (hoog)

In Thoirette is niet veel keus aan restaurants. Dus we borrelen en dineren ook bij de auberge. We eten er uitstekend.

 

zaterdag 24 augustus 1996

We hebben beiden slecht geslapen. Het probleem was enerzijds het kleine doorgezakte bed dat al kraakte als je met je ogen knipperde, anderzijds was er veel straatlawaai. 

De tocht van vandaag is gelukkig redelijk eenvoudig. Weinig klimwerk, weinig "vals" plat en veel "eerlijk" plat, in totaal 78 km. Het eerste stuk voert ons langs de zogenaamde ‘Gorges de l’Ain’: prachtige rotsen met op de meest ongelofelijke plaatsen bomen. Daarna laten we de Jura achter ons en rijden we richting Rhône-dal: hele grote maïspercelen (met gigantische regeninstallaties van meer dan 50 m breed), grote percelen met zonnebloemen, en het is wat drukker dan we gewend zijn.

We hebben zelf koffie gezet langs de Ain (met een croissant erbij) en later ook nog koffie/thee en chausson in Poncin genuttigd. In de buurt van Pont d’Ain hebben we heerlijk aan de rivier geluncht. Via Blyes komen we in Loyettes, waar we een kamer vinden in Hotel de la Place. 

We eten bij een pizzeria. Daarna vroeg naar bed om een lange nacht te kunnen maken en zodoende wat slaap in te halen. Maar langsrazende auto’s en brommers, vertrekkende bruiloftsgasten, een snurkende partner, en tenslotte om kwart voor 7 kerkklokgelui (zondag!) verhinderen dat behoorlijk!

Gorges de l'Ain

zondag 25 augustus

Na zo'n nacht is het maar afwachten wat voor fietsdag het vandaag wordt. 

Als we half 9 vol goede moed op weg gaan naar het ontbijt, blijken alle deuren afgesloten te zijn. Via de nooduitgang en de straat, kunnen we toch het restaurant bereiken. Na een sober ontbijt (croissant en lawaaibrood) gaan we om kwart voor 10 op pad. Het heeft vannacht geregend en, omdat de fietsen buiten hebben gestaan, zijn de zadels doorweekt. Plastic zakken er omheen  dus. Het eerste gedeelte van zo’n 12 km is vlak. Bij Panossas moeten we voor het eerst even klimmen. Omdat de eerstvolgende koffiestop pas 19 km verderop zou kunnen zijn (dwz daar is het eerstvolgende dorp met een kroeg) besluiten we al in Panossas koffie te drinken. Helaas gesloten! Na een aantal schitterende weggetjes en een aantal drukkere punten, die je nu eenmaal voorbij moet, is onze hoop na een klim gevestigd op Le Bois de Roche voor de koffiestop. Helaas hier is men op vakantie. Na het lichte ontbijt van vanmorgen staan wij allebei zowat op instorten en ik snak naar koffie. Uiteindelijk zetten we in Fourneat in een bushokje zelf maar koffie met wat lekkers (van een bakker) erbij. Hierna kunnen we weer heerlijk fietsen en de klimmen, zelfs de hele steile, kunnen ons nu niet klein krijgen! De omgeving is weer heel mooi en we eindigen in de uitgestrekte vlakte van het gletscherdal van Faramans. We staan op de prima camping Les Eycloches.

Tegen 7 uur rijden we naar de bovenstad: prachtig uitzicht op het dal en de Vercors. In een auberge eten we heerlijk: salade, ham en brochette de boeuf met homemade frites, pêche melba en koffie.

 

maandag 26 augustus 1996

Het ontbijt bestaat vandaag uit keks en thee. We vertrekken om 10 uur, weer eens met de zweethemden aan: het is fris en regen dreigt. Onderweg kopen we bij een épicerie in Viriville croissants, iets lekkers voor bij de koffie en sinas. Daar vinden we ook een café waar een gebocheld oud vrouwtje ons van koffie voorziet. Het toilet is in het ernaast gelegen hotel.

Na deze stop begint (volgens het routeboekje) een 8 km lange klim; in werkelijkheid bestaat is het 6 km zeer vals plat, 1 km afdaling en 1 km echte klim, dat valt dus reuze mee. Na een afdaling van 2 km volgt nog een klim van 2 km, maar wij deinzen nergens meer voor terug. In Crepol drinken we koffie (met chaussons aux pommes). Daarna dalen we verder af naar St. Donat sur l’Herbasse, waar het eind van een etappe is. Het valt ons op dat hier zelfs echte fietsroutes zijn! Wij rijden door, eerst 3 km over een drukke weg, later weer over een heel rustig landweggetje o.a. langs een droge rivierbedding, vol met prachtige keien, (dan wil je toch wel even dat je met de auto bent!) en tenslotte naar Roman sur Isère. Dit is een behoorlijk grote stad (34.000 inwoners) waar we, na informatie ingewonnen te hebben bij de VVV, zelf een hotel uitzoeken: Magdaleine. De fietsen staan in de gang van de nooduitgang. We lunchen op de kamer (om ca. 3 uur). Daarna gaan we de stad wat verkennen. Volop cafeetjes, maar niet zoveel leuke restaurantjes. Uiteindelijk eten we bij een Tunesisch restaurant: heerlijke couscous met merquez.

dinsdag 27 augustus 1996

Na een normaal Frans ontbijt (stokbrood, jam, thee) en veel jus d'orange, kopen we in de stad nog wat brood en lekkers en gaan we om kwart voor 10 weer op pad. Na 10 km hebben onze eerste regenstop bij een Tabac in Bessayes. Als het iets minder hard regent gaan we weer op weg naar Chabeuil: een leuk stadje waar het vandaag marktdag is. Daar houden we ook onze koffiepauze. Inmiddels is het al 12 uur en gaat het weer regenen en niet zo’n beetje ook. Nadat we een hele tijd onder de luifel van het restaurantje hebben zitten wachten, gaan we binnen zitten om wat op te warmen. Het blijft echter doorplenzen, dus hebben we daar ook maar de lunch gebruikt, un plat du jour: sardine salade, viande garni, fromage, gâteau + koffie + wijn en water voor 60FF! Tijdens het eten wordt het weer wat lichter en op een gegeven moment is het zelfs droog. We besluiten om toch maar verder te gaan. Achteraf is dat een verkeerde beslissing. Als we gaan fietsen plenst het al weer en dat blijft zo tot Crest, 25 km verderop de eerste plaats met overnachtingsmogelijkheden. We komen daar dus zeiknat aan, maar mogen toch een hotel binnen. We zitten in de duurste kamer van het ‘Grand Hotel’, met bad, wc en tv. We warmen ons op in het bad en 'dineren' op de kamer (brood met kaas, jam en hagelslag met thé-pêche en sinas). Op TV zien we dat er in het gebied waar wij naar toe gaan, vandaag een overstroming is geweest. De weersvooruitzichten voor morgen lijken iets beter......

De omgeving waar we vandaag doorheen gekomen zijn moet, als de zon schijnt, prachtig zijn (het eerste deel tot Chabeuil heeft uitzicht op de bergen van de Vercors), maar de wolken hingen zo laag en het regende zo hard dat wij er niets van gezien hebben. 

 

muurtje in de Drôme

woensdag 28 augustus 1996

De zon schijnt weer! Na weer een Frans ontbijt (met jus), inpakken en boodschappen doen, gaan we om 10 uur op pad. Om 2 over 10 houden we onze eerste koffiestop, zgn. om de Donjon van Crest te bekijken, vanaf de plek die Henk en Aart (de auteurs van de route) ons aanraden. Een fraai gezicht, vooral omdat-ie in de zon ligt. Daarna beginnen we aan de 10 km lange klim (vals plat) naar Soyane. In Pont de Barret (waar het rond het middaguur zo gezellig druk schijnt te zijn?) weer koffie gedronken. De zon schijnt nog steeds en bovendien waait er een lichte mistral: fris maar we hebben wel de wind goed achter.

Vanaf Pont de Barret gaat het 5 km heuvel op, heuvel af. We zijn hier op bekend terrein. We hebben namelijk vorig jaar (1995) een aantal weken op een camping in Grignan gestaan en toen veel in deze omgeving gefietst.

 

De donjon van Crest

la Bégude de Mazenc

We worden door een andere Nederlandse fietser ingehaald. Hij heeft haast, want tijd voor een praatje is er niet.

In la Bégude de Mazenc besluiten we om eerst de klim maar te doen. Boven gekomen eten we een chausson aux pommes en fruit. Vanaf hier gaat het alleen nog maar naar beneden. Dit is misschien wel de laatste echte klim van deze vakantie. In Salles s/s Bois gaan we van de route af, om via voor ons bekende wegen naar Grignan te rijden. Via allerlei tussendoor weggetjes  rijden we naar de camping Les Truffières. Jacqueline herkent ons meteen en dat is toch wel erg leuk.

Uit ervaring weten we waar we, nu de mistral waait, niet moeten gaan staan. We hebben nu een plekje op het middenterrein.

Vrijwel direct na aankomst zoeken we de vuile was bij elkaar en zetten de wasmachine aan. In de zon en in de wind droogt het snel. Aan het eind van de middag gaan we nog even naar Grignan voor wat boodschappen en om een terrasje te pikken. Eten doen we vandaag op de camping: salade, brochette + frites, kaas en koffie met een ½ litertje wijn. Het is nog even lekker als vorig jaar.

Door de mistral is het bijzonder helder en de Mont Ventoux is weer eens goed te zien.

 

donderdag 29 augustus 1996

Vandaag genieten we van een echte rustdag: zwemmen, zonnen, eten en drinken! 

Aan het eind van de middag gaan we naar het dorp: boodschappen doen, pastis drinken en eten bij Pizzeria Piccolina.

Uitzicht op het kasteel van Grignan

vrijdag 30 augustus 1996

Hoewel we eigenlijk nog een rustdag hebben gepland besluiten we toch om vandaag verder te gaan: er waait nu een echte mistral: dat betekent dat het nogal fris is, EN dat we de harde wind achter zullen hebben.

We gaan richting Avignon. Volgens onze dagelijkse routine pakken we onze zaakjes in en gaan nog "even" betalen bij Jacqueline. Door al het geklets gaan we niet echt vroeg op pad. Via Chamaret, Colonzelle en Richerence rijden we naar Visan. Hier drinken we koffie en pakken we de oorspronkelijke route weer op. 

We staan er steeds weer versteld van hoe routemakers het voor elkaar hebben gekregen om al die mooie weggetjes te vinden. Fantastisch! Een grote stad als Orange loodsen ze je ook zo maar doorheen. Het landschap verandert gaandeweg en het wordt vlakker en vlakker. Eén berg raken we echter maar niet kwijt, die blijven we zien: onze oude vriend de Mont Ventoux. Het gebied waar we nu doorheengaan wordt beheerst door wijnbouw. 

We zijn geëindigd op de camping municipal bij Avignon, morgen gaan we op ons gemak de stad bekijken.

 

zaterdag 31 augustus 1996

Vandaag dus Avignon: een prachtige stad, waar tot ons geluk ook nog van alles te doen is: het begin van de wijnfeesten. Heel veel wijnproef stalletjes, het dorpje Tulette laat zich zien (zijn wij doorheen gefietst) en heel veel muziek. Rond een uur of 7 is er een soort wijnboeren/carnavals optocht met veel paarden. Elke wijnstreek heeft zijn eigen klederdracht. Tot slot is er ‘s avonds nog een amateur-circus. Verder slenteren we ontspannen door de stad en bekijken de toeristische items zoals het Palais des Papes (met een kleine Rodin tentoonstelling) en de beroemde brug, die hier Pont St. Benézet heet en waar we uiteraard op gedanst hebben. En natuurlijk hebben we volop op terrasjes gezeten (koffie, ijs, aperitief). 

 

Le Palais des Papes

Sur le pont d'Avignon...

 

‘s Avonds eten we bij een van de vele, vele eettentjes aan de Avenue de la République en zitten een tijdje met Nederlanders te praten.

‘s Nachts slapen we allebei slecht door het kabaal van de keihard waaiende mistral.

 

zondag 1 september 1996

Laat op pad gegaan, maar door de mistral overbruggen we in minder dan 2 uur de bijna 50 km naar het eindpunt van vandaag: Arles, de stad waar Vincent Van Gogh zoveel moois heeft gemaakt. Onderweg zien we inderdaad de nodige velden met zonnebloemen! We drinken koffie in Maillane, waar de terrasjes oorspronkelijker Van Goghiaans schijnen te zijn dan in Arles.

Om 3 uur zijn we op camping Le City. We hebben eerst nog een andere camping (les Rosiers) bekeken, maar we kiezen toch voor de camping het dichtst bij de stad. Als we de stad ingaan, blijkt helaas de VVV dicht te  zijn (zondag). Gelukkig staan er op een informatiebord enkele wandel/fietsroutes door de stad aangegeven. Wij kiezen voor de Vincent van Gogh-route. Her en der door de stad heeft hij plekjes vastgelegd op het linnen doek. Bij zo’n punt staat dan een afbeelding van het schilderij van Van Gogh. Heel leuk gedaan. Wij nemen een foto van het beroemde café La Nuit.  Dit café is op een heel leuk plein gelegen. We hebben niet de hele route afgemaakt, maar we vinden het op een gegeven ogenblik wel genoeg. We zijn met name in het oude centrum geweest, en denken het belangrijkste van Arles wel gezien te hebben. We gaan morgen dan ook verder naar ons eindpunt: Saintes Maries de la Mer. De mistral mag morgen dus nog waaien, maar daarna moet het maar eens over zijn.

Arena van Arles

Café La Nuit

 

 

 

maandag 2 september 1996

Vanochtend zowaar een gesprek gehad met onze "Belgische vrienden", een stel dat we al herhaalde malen zijn tegengekomen, maar waar we nog steeds geen contact mee hadden gehad. Zij zijn vanuit Luxemburg vertrokken en gaan op 5 september met de nachttrein vanuit Arles terug.

Na 1500 km weer een pont (over de Rhône)

 

Vandaag rijden we door de Camargue naar het einddoel van de tocht. Vlak, vlak, en nog eens vlak. Vrij eentonig, rechte lange wegen en tot 6 km voor Saintes Maries de la Mer heel rustig, en steeds de mistral in de rug. Veel bijzondere bloemen in de bermen. Onze koffiestop houden we in St. Gilles.

Saintes Maries zelf is een (verwachte) anticlimax. Zeer toeristisch (ook nu nog) en wij kunnen niet zomaar met de fietsen het strand op om onze tenen in de zee te steken. Het strand is nl. van de weg gescheiden door grote rotsblokken; daar gaan we dus maar op zitten met de fietsen ervoor en laten ons zo fotograferen. Wij zijn om kwart over 3 op onze  eindbestemming na 1555 etappekilometers en ruim 1600 in totaal; het verschil zit 'm in boodschappen doen e.d.

Ook de camping is wat je in zo’n plaats kunt verwachten. Groot, onpersoonlijk en niet echt schoon. Een aantal extra’s zoals bakker, winkel en restaurant zijn al gesloten, maar het zwembad is gelukkig nog wel open.

Na installatie en douchen, gaan we het dorp in voor een drankje en om ansichtkaarten te kopen. Bij de borrel op het terras krijgen we bezoek van onze Belgische vrienden.

We eten op een terras, maar wel achter plastic.

 

Het einddoel is bereikt!

Kruiden op de markt van Saintes Maries

dinsdag 3 september 1996

Het is dinsdag, dus zoals gebruikelijk in deze vakantie is het weer wat minder. 

We zijn naar de stad geweest: postzegels gehaald, fruit gekocht, koffie gedronken. Daarna bij de tent geluncht en even naar het strand geweest. Niet lang want het is koud en het begon te regenen.

In hetzelfde restaurant als gisteren gegeten. We moeten in het regenjack terug naar de tent.

woensdag 4 september 1996

Na het ontbijt naar het strand, want het is vandaag prachtig weer: de zon schijnt en het is strakblauw.

We hebben tot half 3 op het strand gelegen. Met een beetje wind (de mistral is eindelijk gaan liggen) erbij was het heerlijk. De zee is ijskoud, maar we zijn er wel in geweest.

Ons valt op dat 

- hier heel veel Duitsers, maar ook de nodige Zwitsers en Italianen zijn;

- er vrijwel geen Nederlanders zijn; 

- veel mensen een hond bij zich hebben;

- als je een klein eindje van de strandbarretjes weg blijft, het strand erg rustig is;

- het strand heel schoon is;

- direct achter de duinen ligt een natuurgebied: een soort wadden/Zwin (B), met heel veel vogels, vooral flamingo's.

 

‘s Middags rijden we een rondje van ruim 30 km door de Camargue. Toch wel een prachtig natuurgebied met veel vogels (flamingo's) die helaas altijd minstens 30 à 40 meter van je af blijven. In het voorjaar (juni?) moet het hier schitterend zijn met prachtige bloemen. Tenminste dat stellen wij ons zo voor.

In het dorp op een terrasje wat gedronken en daarna bij een Pizzeria gegeten.

 

Waar zijn de flamingo's?

donderdag 5 september 1996

Het is opnieuw prachtig weer en we gaan weer naar het strand. Na de lunch bij de tent, gaan we ‘s middags naar het zwembad op de camping: luieren, lezen en zwemmen. Daarna gaan we weer naar de stad en drinken bij ons stamcafé Le Commerce sangria’s en pressions. Bij de overbuurman halen we stokbrood met frites en merquez, en eten dat op het terras op. Als toetje nemen we bij de glacier een joekel van een ijsco met chantilly. De bedoeling was om daarna bij de tent nog een flesje wijn open te trekken, een nootje te knabbelen en te genieten van een heerlijke zwoele zomeravond. Maar na 5 minuten verjagen de muggen ons al en gaan we maar in de tent liggen lezen.

 

 

Klokkentoren van Saintes Maries

 

 

 

vrijdag 6 september 1996

Het is vandaag weer een zeer hete dag, de heetste dag van de hele vakantie. 

We gaan naar de markt op zoek naar het amulet. Niemand weet waar we het over hebben. Later vinden we het toch nog met hulp van een vakantieganger in een bijouteriewinkel. 

Het amulet (zie foto) is een speld die je alleen mag dragen als je DE tocht hebt volbracht; hij beschermt je tegen het kwade en brengt geluk voor diegene die de regenboog heeft bereikt...

Uiteraard drinken we op een terrasje koffie met iets lekkers. ‘s Middags gaan we naar het zwembad om te zonnen en te lezen, oh ja we zwemmen ook nog wat. Dit is de laatste gelegenheid om wat bij te bruinen en van de rust te genieten.

Aan het eind van de middag gaan we naar de stad voor de dagelijkse Sangria en pression bij onze stamkroeg. Het leuke van deze kroeg is dat je eigenlijk midden op straat zit en er van alles en iedereen aan je voorbij trekt. Later eten we in ‘ons‘ restaurant Le Centaure weer heerlijk (salade Berger, Tellines, émincé de veau). Dezelfde jongens van enkele avonden geleden (Spaanse zigeuners) zingen met een oude gitaar (slechts 5 snaren) en een bongo. Op een gegeven ogenblik komt er een Peruaan met zijn vrouw langs met een Zuid-Amerikaanse gitaar en panfluit onder de arm. Prompt wordt hij door de muzikanten uitgenodigd ("Amigo, vien aqui") om mee te spelen. Het wordt een heel bijzondere jam-session. Hartstikke leuk.

 

zaterdag 7 september 1996

Om 10 uur vertrekken we van de camping, doen in Saintes Maries de la Mer nog wat boodschappen en drinken voor de laatste keer bij onze stamkroeg koffie. Na elven gaan we pas echt op stap.

De mistral blaast er (weer opnieuw) stevig op los en het wordt dus een vrij zware tocht. We lunchen in St. Gilles. 

Hierna wordt het terrein wat meer geaccidenteerd: gemeen vals plat en ook nog wind tegen, wat een combinatie. Rond kwart over 3 zijn we bij de camping van waaruit we vanavond met de fietsbus van Cycletours zullen vertrekken. We fietsen verder, de stad Nîmes in. Wat een gekkenhuis! Bij het office de tourisme halen we een plattegrond en (uiteraard op een terrasje) overleggen we wat we gaan doen. We besluiten om de arena te bezichtigen. Die is best de moeite waard. Het blijft echter jammer dat ook deze weer door "moderne" tribunes wordt ontsierd. Hier is een dusdanige constructie gemaakt dat er ‘s winters een dak over heen kan, zodat de arena het hele jaar door gebruikt kan worden.

We genieten 's avonds uitgebreid van ons galgenmaal, in een fastfood geval: cheeseburger, frites en kipnuggets, daarna nemen we bij een brasserie allebei nog een coupe ijs en koffie.

Uiteindelijk kunnen we er niet meer omheen en moeten we terug naar de camping. De weg terugvinden valt nog niet mee, maar met hulp van een ouder Frans echtpaar, dat al gesticulerend ons vanuit hun auto aanwijzingen geeft, lukt het uiteindelijk.

Op de camping kunnen we douchen, daarna maken we onze bullen busvaardig. In de kantine ontmoeten we nog meer mensen die met dezelfde bus meegaan. De bus arriveert keurig op tijd bij de camping en om half 11 rijden we weg naar Suze la Rousse waar we nog een aantal mensen op gaan pikken. Om 5 voor 12 rijden we daar weer weg, op weg naar Nederland. De stoelen zijn dan inmiddels tot 'hemelbedden' omgebouwd... En dan maar proberen te slapen..........

Nou dat valt dus niet mee. Af en toe doezelen we wat weg, meer niet.

 

zondag 8 september 1996

Om half 8 is het reveille. Tijd voor een ontbijtje en opfrissen, ergens in Luxemburg. Om half 9 vertrekken we weer en rijden in één ruk door naar Maastricht. In Nederweert worden de 2 chauffeurs afgelost door 1 collega die ons naar de uitstapplaatsen Eindhoven, Den Bosch, Utrecht en Amsterdam brengt.

Wij zijn om half 1 bij ons eindpunt: Den Bosch. Echter niet bij het Centraal Station, waar we van uit gingen, maar bij station "de Vliert". Van hieruit fietsen we naar het centraal station en pakken daar de trein naar Arnhem. Om kwart over 2 stappen we daar weer op de fiets voor het laatste traject van 21 kilometer naar huis.

Onderweg word ik nog bijna platgereden door 2 ouwe mensen in een auto!

 

Naar inleiding 1996 Nederland en België

 

Home
 

Frankrijk

 

algemene informatie

 

bijgewerkt: 14-aug-2020